erfgoed op het water

 

erfgoed op het water



“Erfgoed op het Water” is een uitgave van de Landelijke Woonboten Organisatie. Op de inhoud rusten auteursrechten. Delen uit dit boek mogen worden overgenomen mits met bronvermelding en na schriftelijke toestemming van de auteurs.

“Erfgoed op het Water” werd mogelijk gemaakt door de medewerking van velen. In dit verband willen de samenstellers de volgende mensen speciaal bedanken voor hun inzet: Håkon Akkerman, Miriam Bakker, Martin Wijbenga, Stedelijk Bureau te Amstelveen.

 

inhoud

 

inleiding

 

inleiding

 

inleiding

 

inleiding

 

inleiding

 

oudste woonschepen in nederland

 

oudste woonschepen in nederland

 

oudste woonschepen in nederland

Scheepstype Overlanders
Overlanders stonden ook bekend als Bovenlanders: van boven komende, dat wil zeggen van de Rijn stroomopwaarts. En daar ontstaat een taalkundig probleem. Vanuit Amsterdam geredeneerd komt alles dat de Rijn afkomt ‘van boven’. Vanuit Keulen gekeken komt alles stroomopwaarts van de Rijn ‘van boven’ en heet ‘Oberländer’ (Bovenlander) en alles wat stroomafwaarts vaart, heet ‘Niederländer’ (Nederlander). Keulen koppelt dat eeuwenlang zelfs aan welomschreven scheepstypes en twee aparte schippersgildes. De stad heeft een stapeldwang die bepaalt dat alle goederen op de Rijn in Keulen moeten worden uitgeladen en drie dagen aan de burgers van de stad moeten worden aangeboden. Alle Siegburgse aardewerk met bestemming Amsterdam heeft dus eerst te koop gelegen in Keulen. Pas nadat aan die verplichting was voldaan, kon de handel weer worden ingeladen en doorgevoerd. Die stapeldwang was ook gekoppeld aan scheepstypes. Omdat toch alles moest worden overgeladen had je een onderscheid tussen schepen. Schepen die stroomopwaarts van Keulen de Rijn bevoeren hadden een aangepast ander model dan schepen, die geschikt waren voor stroomafwaarts. Een Bovenlander werd niet geacht door te varen naar Amsterdam. Wat in Keulen een Bovenlander heette, lijkt ook volstrekt niet op de tekening van Zeeman, die blijkbaar de Amsterdamse indeling aanhoudt.

Op de website www.lwoorg.nl staan de bronnen vermeld.

 

350 jaar later worden oude vrachtschepen nog steeds op dezelfde manier aangepast als woonschip: openingen in de zijkanten, relingen en bloemetjes op dak.

 

Bronnen________________________________________

Deutsches Schifffahrtmuseum Bremenhaven, Museum der Deutschen Binnenschifffahrt DuisburgRuhrort, RheinMuseum Koblenz e.V., Schifffahrtsmuseum Spitz a.d Donau, Schifffahrts und Schiffbaumuseum Wörth am Main, Kölnisches Stadtmuseum, Historisches museum Bamberg, Keramikmusea Frechen en Töpfereimuseum Raeren.
Ets Gezicht op Keulen, Anton van Woensum 1531
Böcking, W, Die Geschichte der Rheinschifffahrt, 1980
Böcking, W, Von Köln zum Meer, Schifffahrt auf den Niederrhein, 2003
Daalder, R, red. Schepen van de Gouden Eeuw, 2005

 

 

oudste woonschepen in nederland

 

monumentenbeleid en woonboten

 

monumentenbeleid en woonboten

 

monumentenbeleid en woonboten

 

monumentenbeleid en woonboten

 

Dogger

 

Dogger

 

Dogger

 

Dogger

 

Dogger

 

Broedertrouw

 

Broedertrouw

 

Broedertrouw

 

Broedertrouw

 

Broedertrouw

 

De Zwerver

 

De Zwerver

 

De Zwerver

 

De Zwerver

 

De Zwerver

 

De Zwerver

 

Ora et Labora

 

Ora et Labora

 

Ora et Labora

 

Ora et Labora

 

Ora et Labora

 

Ora et Labora

 

Jan van arkel

 

Jan van arkel

 

Jan van arkel

 

Jan van arkel

 

Jan van arkel

 

Jan van arkel

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

Den Alexander

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

De Wiekslag

 

 

Een waardestellend kader voor het mobiel erfgoed


Projectdocument waardestellend kader en ‘etalage’

 

Een project van
ICN RDMZ CIME
30-6-2005

 

 

1 Inleiding


Deze versie van het waardestellend kader voor het mobiel erfgoed is op 30 juni 2005 door de Staatssecretaris van Cultuur, Medy van der Laan, in het bestuurlijk overleg met de provincies en gemeenten beschikbaar gesteld voor algemeen gebruik. Zij heeft opdracht gegeven om het waardestellend kader te ontwikkelen om eventueel rijksbeleid te kunnen ondersteunen. Bij rijkssubsidies voor mobiel erfgoed zal het waardestellend kader worden gehanteerd. Om de samenhang en onderlinge afstemming van overheidsbeleid te versterken zijn de provinciale en gemeentelijke overheden uitgenodigd ook het waardestellend kader voor het mobiel erfgoed te gebruiken.

 

totstandkoming
Het waardestellend kader is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met deskundigen uit de verschillende deelsectoren van het mobiel erfgoed en met het bestuur van de stichting MCN (Mobiele Collectie Nederland). In acht expertmeetings is het waardestellend kader in drie opeenvolgende versies besproken. Naast algemene erfgoedspecialisten is uit elke deelsector – weg, water, rail en lucht – een tiental deskundigen gevraagd om het waardestellend kader te beoordelen.

 

Voor wie is het waardestellend kader bedoeld?
Het waardestellend kader is ontwikkeld om eigenaren en beheerders van mobiel erfgoed een handvat te bieden bij het beschrijven van de culturele waarde van hun object(en). Met name wanneer zij anderen inzicht willen geven in de culturele waarde van hun object is het waardestellend kader een geschikt hulpmiddel. De noodzaak om anderen inzicht te geven in de culturele waarde van een object ontstaat bijvoorbeeld wanneer een subsidie wordt aangevraagd. De instantie die de subsidieaanvraag beoordeeld zal eigen deskundigen vragen om beschrijving van de culturele waarde van het betreffende object te toetsen. Daarbij is een waardestellend kader een heldere richtlijn. De eigenaar weet op welke criteria de culturele waarde van het object beoordeeld zal worden en kan zo een gerichte beschrijving geven. Omgekeerd weet de subsidieverschaffer waarop de culturele waarde beoordeeld moet worden en kan er van uit gaan dat de aanvrager de relevante informatie hierover geeft.

 

publieksversie
Omstreeks 1 november verschijnt een publieksversie die ook in gedrukte vorm zal worden uitgegeven. De publieksversie bevat een uitgebreide handleiding voor de toepassing van het waardestellend kader en een aantal voorbeelden van waardestellingen van objecten uit de verschillende deelsectoren.

 

vragen
Voor vragen over de toepassing van het wardestellend kader kunt u contact opnemen met het Instituut Collectie Nederland (Arjen Kok 020 305 4673 of This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.">This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.) of het Centrum voor Industrieel en Mobiel Erfgoed (Max Popma 0320 292 315 of This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.">This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.)

 

2  De culturele of cultuurhistorische waardebepaling

Waardestellend kader voor het mobiel erfgoed

Wanneer getoetst en gewaardeerd gaat worden, is het van belang om van te voren af te spreken op welke aspecten een (af)weging wordt gemaakt. Alle partijen die bij het proces betrokken zijn weten dan waar ze aan toe zijn. Dit waardestellend kader voor het mobiel erfgoed beschrijft de aspecten waarvan een groot aantal deskundigen heeft vastgesteld dat ze de waarden vertegenwoordigen die behouden en beschermd moeten worden met een eventueel beleid op het gebied van mobiel erfgoed.

De cultuurhistorische waardebepaling volgens dit waardestellend kader bestaat uit drie delen. In de eerste deel wordt de betekenis van het object omschreven. Dit is een algemene omschrijving waarin meer of minder uitgebreid en gedifferentieerd de betekenissen van het object worden beschreven en vastgelegd.

Om vervolgens een weging van de cultuurhistorische waarde van het object mogelijk te maken wordt een aantal specifieke criteria beschreven. Uit de toetsing op deze criteria kan worden opgemaakt welke waarde het object op deze aspecten heeft. In deze beide delen gaat het vanzelfsprekend om hetzelfde verhaal. Het verschil is dat in het tweede deel uit de rijke betekenis van het object een specifiek aantal aspecten wordt geselecteerd waarop de waarde van het object als mobiel erfgoed wordt vastgesteld.

Het derde deel bestaat uit een restauratie-en beheersplan. Hierin staat omschreven welke waarde behouden moeten worden en welke gevolgen dit heeft voor een eventuele restauratie en het beheer van het object.

Een groot deel van het mobiel erfgoed is in bedrijf, zoals ook de meeste monumenten, in sommige gevallen zelfs om door middel van de exploitatie in de kosten van het onderhoud te kunnen voorzien. Impliciet wordt de beslissing of het object statisch of in bedrijf behouden wordt meegewogen bij de beoordeling van de authenticiteit. Meer expliciet komt het aan de orde bij de beoordeling van het restauratie-en beheersplan.

 

Weging
In dit waardestellend kader worden de waarden niet uitgedrukt in cijfers of categorieën en er wordt geen formule aangereikt waarin de weging van de verschillende aspecten in een kwantificeerbaar verband kan worden gebracht. In de afweging zal de onderlinge samenhang van de verschillende aspecten van de waardering van het object een belangrijke rol spelen in een uiteindelijk oordeel.

Wanneer de afweging van de culturele waarde van een object aan de hand van dit waardestellend kader door een of meer deskundigen gemaakt wordt, kan een zorgvuldig en beargumenteerd advies gegeven worden zonder daar een cijfer of categorisering aan te verbinden.

Dit waardestellend kader is niet bedoeld om een categorisering of rangschikking van objecten uit te voeren, maar om een zorgvuldige weging van de cultuurhistorische waarde van een object door deskundigen mogelijk te maken. Niet alle criteria hoeven van toepassing te zijn op een object. In enkele gevallen is een keuze mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de vorm van authenticiteit wordt vastgesteld. Het waardestellend kader is eerder een checklist dan dat het als keurslijf dwingend voorschrijft waar een object aan dient te voldoen.

 

 

3  Eerste deel – beschrijving van de betekenis
In de betekenis van het object zit – zo zou je kunnen stellen – de culturele waarde besloten. Daarom is het zinvol om eerst een algemene beschrijving van de betekenis van het object te geven.

Een object kan een zeer rijk geschakeerde betekenis hebben. Het gaat niet alleen om wat het ‘ding’ feitelijk was of is, een fiets of een vliegtuig bijvoorbeeld, maar ook om de gebruiksgeschiedenis. Vaak is een object verbonden aan de geschiedenis van een persoon of familie, soms zelfs meerdere na elkaar. Mobiel erfgoed heeft altijd een functie gehad en die functie is weer gerelateerd aan maatschappelijke ontwikkelingen. En het object heeft altijd een betekenis voor de huidige eigenaar of beheerder, vrijwel altijd is het z’n lust en z’n leven en soms een zorg zij het een dierbare. Niet alleen voor de eigenaar, maar ook voor het publiek heeft mobiel erfgoed een zintuiglijke betekenis. De objecten zijn mooi, brengen soms een imposant geluid voort, kunnen naar diesel of kolen ruiken en je kunt ze voelen als je er mee vliegt, rijdt of vaart. En zo zijn er nog vele andere facetten die deel uitmaken van de betekenis van een object.

Er zijn verschillende invalshoeken die gebruikt kunnen worden om de betekenis van een object te beschrijven. Enkele invalshoeken die relevant zijn voor mobiel erfgoed zijn

-Historische betekenis in al haar vormen zoals onder meer

-wetenschappelijke of (vak)technische betekenis

-sociaal-economische betekenis -Esthetische betekenis (zintuiglijke aspecten) -Sociale of actuele betekenis


De historische betekenis kan in bredere, algemenere zin geïnterpreteerd worden, bijvoorbeeld de vrachtvaart op de grote rivieren in de negentiende eeuw, maar daarnaast ook op kleinere, gedetailleerdere schaal uitgewerkt worden, bijvoorbeeld het verhaal van die ene familie die jarenlang op dat specifieke schip leefde en werkte. Behalve een meer neutrale vaststelling van wat het object ooit geweest is en welke betekenissen het in de loop van de tijd heeft gehad, komt hier ook naar voren welke plaats een object inneemt in een meer algemeen gedragen beeld van de (gemeenschappelijke) geschiedenis.


Wetenschappelijke of (vak)technische betekenis betreft de waarde en betekenis die het object heeft als bron van informatie, als ‘archiefstuk’. Het betreft meer de geschiedenis van het soort object, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de verbrandingsmotor of de stadstram.


De esthetische betekenis is een uitdrukking van de waardering die er is voor de visuele kwaliteiten van een object. Bij het cultureel erfgoed speelt de visuele kwaliteit vaak een belangrijke rol. Het object wordt gewaardeerd omdat het mooi gevonden wordt. Bij mobiel erfgoed beperkt het zich niet tot het visuele, mobiel erfgoed spreekt bijna alle zintuigen aan.


De sociale of actuele betekenis van een object betreft de betekenis die een object nu heeft. Dat kan variëren van de inzet en tijdsbesteding van een grote groep vrijwilligers tot de identiteit van een gemeenschap die met het object verbonden is, bijvoorbeeld het skutsjesilen voor Friesland. Er kan ook gedacht worden aan de economische betekenis van het object.

 

4  Tweede deel – vergelijkende criteria
De mate van betekenis of waarde kan worden vastgesteld met ‘comparatieve’ (vergelijkende) criteria. Met deze criteria wordt vastgesteld waarin het object zich onderscheidt van andere, min of meer vergelijkbare objecten:

- representativiteit of representatiewaarde 
- herkomst 
- zeldzaamheid 
- staat van het object, compleetheid, authenticiteit, de materiele integriteit 
- presentatiepotentieel (de mogelijkheden die het object biedt om een verhaal te 
vertellen en over te brengen) 
- ensemble 
- documentatie 
- kennis

Een object hoeft niet op alle waarden te ‘scoren’ om waardevol te zijn. In de meeste gevallen zal er wel een criterium zijn waaraan het object niet beantwoord. Dat hoeft geen enkel bezwaar te zijn. Een object kan van uitzonderlijk grote waarde zijn maar toch aan bepaalde criteria niet kunnen voldoen. Een voorbeeld is de DC-2 in de collectie van het Aviodrome. Dit vliegtuigtype is van grote betekenis voor de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart en luchtvaartindustrie. Het object heeft daarom een grote schakelwaarde. Bovendien heeft het object een grote materiele authenticiteit en heeft het een hoge presentatiewaarde. Over de geschiedenis van dit specifieke toestel is echter niet zoveel bekend. Met andere woorden, de waarde van de culturele biografie van het object is gering. En als er al meer over bekend zou zijn zou het vooral een verhaal van een Amerikaans vliegtuig zijn, want daar heeft het steeds gevlogen tot het in 1999 naar Nederland is gehaald.

Tegelijkertijd illustreert deze DC-2 hoe complex de waardering van een object kan zijn. Bij de presentatie van het object wordt wel degelijk een culturele biografie gebruikt, namelijk die van het legendarische KLM toestel de Uiver, dat in 1934 een uitzonderlijke prestatie leverde in de Melbourne-race. De oorspronkelijke Uiver verongelukte binnen een jaar na de race. De Uiver heeft echter een enorme symboolwaarde voor Nederland, juist ook voor het grote publiek. Dergelijke iconen vormen de hoekstenen van het historisch besef en de cultuurhistorische waardering. Het is van belang dat die symboolwaarde zo goed mogelijk behouden blijft. Daarom is het van belang dat de DC-2 gepresenteerd wordt als de Uiver. Het behoud van de onder meer de materiele authenticiteit van het object wordt aanzienlijk versterkt door de symboolwaarde die de oorspronkelijke Uiver vertegenwoordigt.

Waar het om gaat bij dit waardestellend kader is dat zo goed mogelijk de waarden benoemd worden die het object werkelijk bezit. Die vormen de reden voor het behoud van het object. Dat kan soms heel beperkt zijn. Van een anoniem negentiende eeuws scheepje kan nauwelijks iets bekend zijn, maar als het het enige exemplaar is dat nog over is van een scheepstype dat ooit veel voorkwam, dan kan alleen al de zeldzaamheid voldoende zijn om alles te doen om het object te behouden.

 

 

5  Representativiteit of representatiewaarde
De betekenis van een voorwerp is het grootst of belangrijkst wanneer het een sleutelpositie inneemt in onze cultuur.
Voor de Wet Behoud Cultuurbezit en later het Deltaplan voor Cultuurbehoud zijn drie criteria benoemd waarmee kan worden vastgesteld of het om het sleutelpositie gaat, namelijk:

-IJkwaarde -Symboolwaarde

-Schakelwaarde

Binnen het mobiel erfgoed worden deze criteria veelal impliciet toegepast wanneer de representatiewaarde wordt aangegeven.
Een object heeft ijkwaarde of, anders gezegd, is een ijkpunt wanneer de waardering en betekenis van een (groot) aantal andere objecten er aan kan worden gerelateerd en vastgesteld.
Een object heeft schakelwaarde wanneer het een belangrijk moment in een bepaalde ontwikkeling markeert of vertegenwoordigt.
Een object heeft symboolwaarde wanneer het een duidelijke relatie heeft met een belangrijke historische gebeurtenis of persoon.

 

Herkomst (culturele biografie)
De herkomst van het object is van belang omdat het de geschiedenis van het object betreft. Waar is het gemaakt, waar is het gebruikt, wie waren de eigenaren en hoe hebben die het object gebruikt. De relatie van het object met Nederland speelt in dit verband een belangrijke rol.
Je zou het ook de culturele biografie van het object kunnen noemen. Dit begrip is ontwikkeld door cultureel antropologen om de veelheid aan betekenissen en betekenislagen van een object in z’n maatschappelijke context te kunnen beschrijven.

 

Zeldzaamheid
In het mobiel erfgoed zijn veel objecten in grotere aantallen geproduceerd of zijn onderling vergelijkbaar. Van sommige soorten objecten zijn nog redelijk grote aantallen overgebleven. Maar veel objecten zijn gebruikt en daarom in de regel voor een belangrijk deel versleten aan het eind van hun ‘werkzame leven’. Daarnaast zijn er objecten die zeldzaam zijn omdat er maar weinig of zelfs maar een exemplaar van is gemaakt.
De waarde van een object is over het algemeen groter naarmate het zeldzamer is. Daarbij spelen het niveau waarop en het kader waarbinnen dit beoordeeld wordt een rol: Europa, Nederland, regionaal of lokaal.

 

Staat van het object
De mate waarin het object nog in originele staat is bepaalt mede de cultuurhistorische waarde. Tot de originele staat kunnen ook de aanpassingen gerekend worden die het object in de loop van de geschiedenis heeft ondergaan.
In het geval het object in werkende staat wordt gebracht (operationeel behoud) is een keuze voor de te behouden waarden van groot belang.

 

6  Er kunnen vijf vormen van authenticiteit worden onderscheiden die bepalend zijn voor de restauratie en conservering en die ieder een andere waarde van het object betreffen.

- conceptuele authenticiteit – het concept, het idee van de maker, is bepalend voor de restauratie 
- materiele authenticiteit – de integriteit van het materiaal is bepalend voor de restauratie 
- a-historische authenticiteit – een moment in de geschiedenis van het object wordt gekozen als richtlijn voor de restauratie (bijvoorbeeld ‘de oorspronkelijke staat’) 
- historische authenticiteit – de geschiedenis van het object wordt zo compleet mogelijk geconserveerd 
- contextuele of functionele authenticiteit – de oorspronkelijke omgeving en functie van het object zijn relevant en bepalend voor de restauratie.

Een goede documentatie van de restauratie en onderhoudsgeschiedenis van het object voegt een belangrijke waarde aan het object toe omdat daarmee de integriteit van het object kan worden vastgesteld. (zie hieronder de tussenkop restauratie-en beheerplan.

Presentatiepotentieel
De waarde van een object kan mede schuilen in de mogelijkheden die het biedt om de betekenis over te brengen of om het verhaal te vertellen. In de Deltaplancriteria is dat aangeduid met presentatiewaarde of attractiewaarde. Een conserverings-of restauratieplan kan zich richten op juist de mogelijkheden die het object biedt om de presentatie (de ‘presence’) te versterken.


Ensemble
Een object kan (meer)waarde ontlenen aan het feit dat het een ensemble is, bijvoorbeeld een vaartuig met originele roef en interieur of een trein met alles erop en eraan.
Het is ook mogelijk dat het object zelf deel uit maakt van een ensemble. Bijvoorbeeld een wagon die met locomotief en andere wagons een gehele trein vormt of een auto in een garage met inventaris uit dezelfde periode.
Tenslotte kan er sprake zijn van een infrastructureel ensemble waarbij een relatie is tussen het object en de omgeving, bijvoorbeeld een historische haven.


Documentatie
De documentatie van een object vormt een belangrijke waarde van het object. Bijvoorbeeld het logboek van een vaartuig of de bouwtekeningen van een vliegtuig, maar ook het fotoalbum van de familie die op het vrachtschip heeft geleefd.
De mate waarin dergelijke documenten aanwezig zijn bepaalt veel van de specifieke, individuele cultuurhistorische waarde van het object.


Kennis
Het onderhoud en het behoudswerk van mobiel erfgoed vergt veel specialistische kennis en vaardigheden, evenzo de bediening van objecten die in operationele staat worden beheerd. Wanneer aan een bepaald object dergelijke kennis is verbonden kan dat als waarde worden meegewogen in de beoordeling.

 

 

7  Derde deel – het behoud van de culturele waarde


Restauratie-en beheerplan
Het behoud van een object uit het mobiele erfgoed vereist een goed plan voor het beheer van het object. Dat geldt evenzeer voor een restauratie, die onderdeel van het behoud kan zijn.

In het tweede deel zijn de waarden benoemt die het object heeft. De restauratie en het beheer van het object dienen er op gericht te zijn zoveel mogelijk van die waarden veilig te stellen en te beschermen en het verlies van de waarden tot een minimum te beperken. Wanneer – bijvoorbeeld -het object vanwege z’n materiële authenticiteit gewaardeerd wordt, zal bij de restauratie dat aspect als uitgangspunt moeten dienen.

Het beheer en de restauratie van mobiel erfgoed object is een complexe aangelegenheid. Het is om meerdere redenen raadzaam de belangrijkste beslissingen zo duidelijk mogelijk vast te leggen.

x Ondersteunende instanties inzicht verschaffen. In de gevallen dat de hulp van anderen ingeroepen moet worden om het behoud van het object mogelijk te maken, bijvoorbeeld als er een kostbare restauratie noodzakelijk is, dan is het wenselijk dat de eigenaar of beheerder van het object duidelijk maakt welke keuzes gemaakt worden, welke stappen ondernomen worden, welke handelingen zullen worden uitgevoerd en zo voorts.

x Meerdere mensen zijn betrokken Wanneer het een groot object betreft – en dat is het vaak in de sectoren lucht, water en rail, maar ook in de sector weg – dan zijn er vaak meerdere mensen bij betrokken. In zo’n geval is het van belang dat de belangrijkste besluiten over de restauratie of het beheer vastliggen en men inzicht krijgt in de argumentatie die daar aan te grondslag ligt.

x Project loopt langere tijd Wanneer een restauratie-of conserveringsproject langere tijd duurt wordt het belangrijker om vast te leggen welke beslissingen zijn genomen en waarom. Niet alleen is het nuttig om na verloop van tijd de uitgangspunten er nog eens op na te kunnen slaan als weer een volgende fase in de restauratie is aangebroken, het is ook van belang wanneer verantwoordelijkheden overgedragen worden.

Voor het maritieme en rail erfgoed bestaan inmiddels charters waarin de grondslagen van het behoud en beheer voor de sector zijn vastgelegd. In aansluiting daarop zouden formats ontwikkeld kunnen worden voor restauratie-en beheersplannen die voor verschillende soorten objecten gehanteerd kunnen worden. Standaardisering bevordert het begrip en de kwaliteit van het gebruik.

 

8  Handleiding: criteria voor de selectie van historische schepen voor stadsdeel Centrum, opgesteld door de Ad Hoc Commissie Historische Schepen (ASH) te Amsterdam

Inleiding:
Onder historische schepen wordt verstaan: schepen die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Om op grond van deze zeer algemeen geformuleerde kwalificatie historische schepen te kunnen aanwijzen is een nadere verfijning noodzakelijk. Onder schepen verstaat de AHS alle zaken, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie bestemd zijn om te drijven en drijven of hebben gedreven. Dit is dezelfde omschrijving van schepen zoals wordt gebruikt in het Burgerlijk Wetboek.

Afhankelijk van het scheepstype worden schepen, rompen, opbouwen en ensembles onderscheiden. Schepen hebben een casco/romp en een bovenof opbouw. Voor de beoordeling is het raadzaam deze twee “onderdelen” apart te beoordelen. Hierbij moet de romp vooral op de bouwkundige geschiedenis worden beoordeeld en moet bij de opbouw meer de woongeschiedenis worden betrokken.

Gelet op de eeuwenoude (Amsterdamse) woonbotencultuur en het bewonen van vrachtschepen in de meest uiteenlopende vormen is dit aspect in de criteria meegenomen. Het gaat hierbij zowel om schepen die aanvankelijk geen woonbestemming hadden als om speciaal voor bewoning gebouwde schepen. Voor de AHS betekent dit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen schepen en overige boten in de beoordeling of het een historisch schip is.

Een belangrijk aandachtspunt is op welke op dit moment in het stadsdeel aanwezige schepen de criteria van toepassing zouden moeten worden verklaard. De AHS adviseert zolang er én geen historisch schepenbeleid én geen inventarisatie is bij iedere verbouwing en vervanging de criteria te betrekken. De AHS adviseert hiervoor een commissie van deskundigen in te stellen die zich hier over buigt.

Deze handleiding kan toegepast worden op elk denkbaar drijvend object of ensemble.

 

Toelichting op de geformuleerde criteria:

Bouwkundige waarde:
Behalve een meer neutrale vaststelling met welk doel en waar het schip ooit gebouwd is, is van belang welke functies het schip in de loop van de tijd heeft gehad. Wetenschappelijke of (vak)technische betekenis betreft de waarde en betekenis die het schip heeft als bron van informatie, als ‘archiefstuk’. Het betreft meer de geschiedenis van het soort schip, en ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het elektrisch lassen of toepassingen van wapening in beton.

 

Cultuurhistorische waarde:
In de betekenis van het schip zit de cultuurhistorische waarde besloten. Vaak is een schip verbonden aan de geschiedenis van een persoon of familie, soms zelfs meerdere na elkaar. Mobiel erfgoed heeft altijd een functie gehad en die functie is weer gerelateerd aan maatschappelijke ontwikkelingen. De historische betekenis kan daarnaast in bredere, algemenere zin geïnterpreteerd worden, zoals bijvoorbeeld de vrachtvaart op de grote rivieren in de negentiende eeuw. De betekenis van een schip is het grootst of belangrijkst wanneer het een sleutelpositie inneemt in onze maatschappelijke en cultuurhistorische ontwikkeling. Voor de Wet Behoud Cultuurbezit en later het Deltaplan voor Cultuurbehoud zijn drie criteria benoemd waarmee kan worden vastgesteld of het om een sleutelpositie gaat, namelijk:

 

 

IJkwaarde

Symboolwaarde

• Schakelwaarde

Een schip heeft ijkwaarde of, anders gezegd, is een ijkpunt wanneer de waardering en betekenis van een (groot) aantal andere schepen er aan kan worden gerelateerd of mee kan worden vastgesteld. Een schip heeft symboolwaarde wanneer het een duidelijke relatie heeft met een belangrijke historische gebeurtenis of persoon. Een schip heeft schakelwaarde wanneer het een belangrijk moment in een bepaalde ontwikkeling markeert of vertegenwoordigt.

Gaafheid/herkenbaarheid:
De mate waarin het schip nog in originele staat is bepaalt mede de historische waarde. Tot de originele staat kunnen ook de aanpassingen gerekend worden die het schip in de loop van zijn geschiedenis heeft ondergaan. In het geval het schip in ‘werkende’ staat blijft (operationeel behoud) is een keuze voor de te behouden waarden van groot belang. Vijf vormen van authenticiteit worden onderscheiden die bepalend zijn voor de restauratie en conservering, die ieder een andere waarde van het schip betreffen:


1 conceptuele authenticiteit – het concept, het idee van de maker, is bepalend;
2 materiële authenticiteit – de integriteit van het materiaal is bepalend;
3 ahistorische authenticiteit – een moment in de geschiedenis van het schip wordt gekozen als richtlijn (bijvoorbeeld ‘de oorspronkelijke staat’);
4 historische authenticiteit – de geschiedenis van het schip wordt zo compleet mogelijk geconserveerd;
5 contextuele of functionele authenticiteit – de oorspronkelijke omgeving en functie van 
het schip zijn relevant en bepalend voor de restauratie en conservering. Ensemble: een schip kan (meer)waarde ontlenen aan het feit dat het een ensemble is, bijvoorbeeld een vaartuig met origineel interieur, of een dekmotor met “lamme arm”. Het is ook mogelijk dat het schip zelf deel uit maakt van een ensemble. Bijvoorbeeld een kolenverkoopwoonwerkschip omringt door kolenlichters.

 

Zeldzaamheid/representativiteit:
Een schip kan van uitzonderlijk grote waarde zijn maar toch aan bepaalde criteria niet kunnen voldoen. Van een anoniem negentiendeeeuws scheepje kan nauwelijks iets bekend zijn, maar als het het enige exemplaar is dat nog over is van een scheepstype dat ooit veel voorkwam, dan kan dat allemaal voldoende zijn om alles in het werk te stellen om het schip te behouden. Dat kan in bepaalde gevallen ook een replica zijn. Sommige scheepstypen zijn in grotere aantallen gebouwd of zijn onderling vergelijkbaar. Van enkele soorten schepen zijn nog redelijk grote aantallen overgebleven. Maar veel schepen zijn gebruikt en daarom in de regel voor een belangrijk deel versleten aan het eind van hun ‘werkzame leven’. Ook kunnen scheepstypen zeldzaam zijn omdat er maar weinig of zelfs maar een enkel exemplaar van is gebouwd. De waarde van een schip is over het algemeen groter naarmate het zeldzamer is. Daarbij spelen het niveau waarop en het kader waarbinnen dit beoordeeld wordt een rol: Europa, Nederland, regionaal of lokaal.

Stedenbouwkundige waarde:
Tenslotte kan er sprake zijn van een infrastructureel ensemble waarbij een relatie bestaat tussen het schip en de omgeving, bijvoorbeeld een historische haven.

 

2  DE CRITERIA

1. Bouwkundige waarde

1 het schip is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl/type;
2 het schip is een goed voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling;
3 het schip bezit bijzondere esthetische kwaliteiten (ruimtelijke indeling, verhoudingen van romp en opbouw of zeldzame detaillering, materiaalen kleurgebruik);
4 het schip heeft een bijzonder of zeldzaam interieur/exterieur of bevat bijzondere en zeldzame onderdelen in het interieur dan wel exterieur;
5 het schip is een goed voorbeeld van het werk van een scheepsbouwer of architect en heeft een belangrijke plaats in de plaatselijke, regionale en landelijke scheepsbouwgeschiedenis;
6 het schip is van belang vanwege een constructiewijze die of overgeleverd of vernieuwend is.

1 Cultuurhistorische waarde
het schip is van belang als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaaleconomische, technische of economische ontwikkeling (hiermee wordt ook bedoeld de sleutelpositie die een schip kan hebben);
het schip is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenissen, bewoners, beroepen enz.). Bij zowel punt 1 als punt 2 kan de geschiedenis van de woonfunctie van het schip worden betrokken.


1 Gaafheid/herkenbaarheid
het schip is van belang vanwege de gaafheid van het exterieur en/of interieur; de mate van gaafheid bepaalt de ijkwaarde;
het schip is van belang als onderdeel van een samenstellend geheel, waarvan de samenstellende delen een gaaf en herkenbaar visueel karakter hebben (ensemblewaarde);
het schip is van belang als onderdeel van een stedelijke omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter.


1 Zeldzaamheid/representativiteit
Het schip is van belang vanwege zijn zeldzaamheid in scheepsbouwhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht en/of zijn bijzondere ouderdom;
het schip is van uitzonderlijk belang vanwege een of meer van de onder 1 tot en met 5 vermelde kwaliteiten.


1 Stedenbouwkundige waarde
het schip is een essentieel onderdeel van een in cultuurhistorisch opzicht belangrijk stedenbouwkundig of landschappelijk concept;
het schip is onderdeel van een historisch vergroeid stedelijk of landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol;
het schip is van belang vanwege de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en de (historisch) ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen en wateren.

 

Het gebruik van de selectiecriteria
Bovenstaande selectiecriteria vormen een hulpmiddel bij de afweging een schip al dan niet aan te wijzen als historisch schip In de regel zullen daarbij verschillende criteria tegelijketijd van toepassing zijn. Alle criteria zijn daarbij gelijk van waarde en kunnen in combinatie met andere criteria een aanvullende of compenserende rol vervullen. Zo kunnen bijvoorbeeld minpunten inzake gaafheid gecompenseerd worden door een grote mate van zeldzaamheid. En andersom wordt meer waarde gehecht aan gaafheid als het schip minder hoog scoort ten aanzien van zeldzaamheid. Het is niet zo dat alle criteria gelijktijdig van toepassing moeten zijn om een schip aan te wijzen als historisch schip. In uitzonderlijke gevallen kunnen schepen zelfs op basis van één criterium aangewezen worden als historisch schip.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------

Erfgoed op het Water geeft een oplossing voor het vraagstuk van het onderbrengen van woonschepen in de monumentensystematiek. Het is een bijdrage in de discussie over de nota Een lust, geen last Visie Modernisering van de Monumentenzorg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van november 2008.

De auteurs Frank Bos, Piet Dekker en Cisca de Ruiter zijn lid van de Commissie Monumentale Woonboten van de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO). De LWO heeft onder ander als statutair doel:

het bevorderen van het behoud van historische vaartuigen, alsmede, aanmeervoorzieningen, kunstwerken, werven en gebouwen die een relatie hebben met het gebruik, onderhoud van en het wonen op het water.
Erfgoed op het Water staat op de LWO website als pdf, zie: www.lwoorg.nl Het is gedrukt te bestellen bij het secretariaat: Postbus 8192, 3503 RD Utrecht of via de mail: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.">This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.