|
Welstandsdiscussie voor woonschepen in Amsterdam
stadsdeel Centrum van 15-11-2007
15-11-2007 Reactie LWO op de Amsterdamse Welstandsnota <<Website
Amsterdam>>
Reactie op de conceptnota Welstand op het water van 11 september 2007
en de Richtlijnen bij vervanging en verbouwing van woonboten en
bedrijfsvaartuigen 30 oktober 2007 van het Stadsdeel Centrum van Amsterdam.
Deze welstandnotitie gaat, inhoudelijk, nauwelijks over woonschepen. Dat kan
ook niet, blijkens de literatuurlijst. Daar wordt als enige woonboten publicatie
de Witte Zwanen van Frank Bos genoemd. Zijn Zwarte Zwanen en een respectabel
aantal artikelen over woonarken op het water ontbreken. Deze grote
cultuurhistorische info had moeten leiden tot een beleid dat enig verband zou
hebben met het bestaande. Als de nu voorgestelde criteria daarop worden
losgelaten mag het grootste deel van de huidige woonschepen niet meer. Een
vooruitgang, immers vroeger wilden onze vrienden in de binnenstad alle woonboten
weg hebben en D66 begon aan de afbraak door woonarken niet door zichzelf te
laten vervangen waardoor bewoners nu al jaren geen waterwoonruimte meer hebben.
Het gezonken oude arkje mocht niet worden vervangen.
Waar gaat het om. Het gaat om 40 aanvragen in 2006 en 2007. Daarvan zullen een
aantal in de toekomst onder loketaanvragen vallen omdat ook ongemeld er niets
desastreus met het stadsschoon gebeurd of met de welstand. Want deze aanvragen
omvatten ook patrijspoortjes van 15 centimeter, onzichtbaar tussen wal en schip,
die werden afgekeurd.
Als de eisen worden toegepast op het bestaande, voor een groot deel
cultuurhistorisch gegroeide bestand zullen een groot aantal woonboten er niet
aan kunnen voldoen. Het cultuurhistorisch ontstane bestand wordt dus
weggeregeld. Vreemd voor een welstandsbeleid en historische binnenstadsbeleid
dat uitgaat van te beschermen cultuurhistorische waarden. Mijn zo goed als
originele klipper uit 1898 zal niet passen in het welstandsbeleid qua
maatvoering. Het is geen monument. Ware het dat wel geweest dan is voorstelbaar
dat de monumenten regeling van de wal toepasbaar wordt. Het Rijksmonument aan de
Silodam werd voorzien van grote brede sleuven om het bewoonbaar te maken met
ramen en balkons. Mijn niet monumentale woonschip uit 1898 wordt aanschrijfbaar
als ik originele bronzen scheepramen groter dan 50x 50 gebruik. Evenals onder
het oude beleid waarbij een scheeps bewoner daarvoor een dwangsom van 25.000,=
gulden kreeg opgelegd.
Het stadsschoon, dwz dat wat wij met onze ogen zien, laat geen kunststof
kozijnen of materalen toe. Sinds wanneer kunnen Amsterdamse burgers door enige
lagen verf heenkijken. En het daaronder aanwezige materiaal zien op 20 meter
afstand.. Of zijn de zeldzame radaroogjes van de Vrienden bepalend geweest voor
deze flauwekul.
Ook worden de scheepsbouwers en ontwerpers van het verleden op de vingers
getikt. Zij hielden bij het bouwen geen rekening met de breedtemaat van woningen
aan de wal. Neem het hen niet kwalijk, het begrip parcellering (pag 32) was hun
onbekend.
Het gevolg van de regels is dat bestaande niet welstandspositief ingeburgerde
woonschepen ongeschikt zijn om ter vervanging te gebruiken. Immers als nieuw
woonschip op een andere plek hergebruikt kan worden mogen ze niet meer meedoen.
De voorstellen zijn een merkwaardige mix van bestemmingsplan, welstand en
stadsschoon en gerationaliseerde vooroordelen De gelijkwaardigheidswens met de
wal-welstandssystematiek wordt snel verlaten als die niet voldoet aan die mix.
Huizen hebben één welstandsvoorgevel, Woonboten 5. Want ook ramen, groter dan
rond of vierkant dan 50 centimeter of kunststof die vrijwel onzichtbaar zijn
vanwege de afstand tot de overkant van bijv de Amstel zijn voor de radarogen der
Vrienden vijandige elementen en dus mogen ze van het stadsdeel niet. Een aantal
toe te passen positieve criteria zult u in de voorliggende nota niet vinden. Er
waren geen foto’s van de vinden (pag 37). Voor de zoveelste maal wil het
Amsterdamse woonschepenbeleid weer het onmogelijke, niet bestaande. Een
systematiek die al vele jaren op het Amsterdamse water tot ellende en procederen
leidt. Het zal hierdoor nauwelijks afnemen. en dat is raar en droefgeestig
terwijl het Amsterdamse officiële , door B & W genoemde woonbotenbestand al is
afgenomen van 2610 ( in 1988) via 2256 ( in 1995) naar 2300 in 2007. De paranoia
van het Amsterdamse bestuur dat deze afname al jarenlang kwalificeert als
ongebreidelde groei zorgt weer voor op wal denken gebaseerde burgermans
systematiek uit angst voor woonboten die over hun opbouw heen hangen. Want het
zal duidelijk zijn dat een woonboot die zijn casco overschrijdt het Amsterdamse
erfgoed in de wereld belachelijk maakt en de historische binnenstad op zijn
grondvesten laat schudden.
De woonboten organisaties waarschuwden bij alle vorige woonbotenvoorstellen
regelmatig dat gekte, onrechtvaardigheid en onuitvoerbaarheid tot problemen
zouden leiden. In volgende voorstellen werden eerder voorspelde miskleunen
gecorrigeerd. Ook in dit voorstel zitten welkome correcties die eerder geschapen
problemen oplossen.
Ze worden helaas vervangen door nieuwe en zo blijven woonbootbewoners zinloze
last ondervinden van uw wal gedragen regelgeving. Al een generatie lang.
En dat is jammer want het wonen op het water is verder heel aangenaam.
E.P. Blaauw
bestuurslid LWO
Meer Welstands informatie en achtergronden <<lees
meer>>
|