


LWO
Postbus: 8192
3503 RD Utrecht
Tel: 030 - 29 67 698
E-mail

|
|
|
Geschiedenis van de
LWO
De belangenvereniging van woonboot nederland.

|
 |
 |
|
LWO jarig
Dertig jaar frustratie en creativiteit
In 1975 bereikte de saneringsdrift van overheden haar juridische en
beleidshoogtepunt in een nieuw ontwerp voor een woonschepenwet. Plaatselijke en
provinciaal georganiseerde woonschepenbewoners richtten het LWO op om landelijk
een vuist te kunnen maken.
Hieronder wat resultaten van dertig jaar zwaaien met die vuist.
Frank Bos, tekst en foto’s, tenzij anders vermeld.

toeteractie Amsterdam 1997
Al eeuwenlang wonen er mensen op het water. Om hoeveel boten en bewoners het
gaat is onduidelijk en de cijfers variëren nogal. In de provincie Friesland
worden bijvoorbeeld in1899 2.471 woonschepen geteld, terwijl er in 1911 in heel
Nederland maar 1.123 woonschepen zouden liggen. Een even groot aantal
woonschepen verblijft in1920 alleen al in Amsterdam.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn er cijfers van Volkstellingen en blijkt het
aantal tussen 1947 en 1970 fors te groeien. In dat jaar komt de
verantwoordelijkheid voor de woonschepen bij het Ministerie van Volkshuisvesting
te liggen. Sindsdien is het aantal woonschepen ongeveer gelijk gebleven en de
bemoeienis van de overheid ongelofelijk toegenomen.
Landschap
Vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog begint het bij menigeen door te dringen
dat woonschepen geen tijdelijke oplossing voor de woningnood zijn. Steeds meer
mensen vinden het wonen op een schip een prima oplossing. Overheden beginnen met
“woonbootje pesten”. Vergunningen worden niet meer afgegeven, elektrische
aansluitingen geweigerd en er wordt gedreigd met wegslepen. In 1964 neemt een
aantal provincies zogenaamde Landschapsverordeningen aan met het uitdrukkelijke
doel woonschepen weg te saneren. De Woonschepenwet uit 1918 biedt de
woonschipbewoners echter enige rechtsbescherming. Bij juridische procedures
vindt de rechter een dak boven het hoofd belangrijker dan allerlei andere
belangen. Lagere overheden dringen rond 1970 aan op een landelijke
woonschepenwet om alsnog juridische saneringsmogelijkheden te krijgen.
Van Dam
Uiteindelijk neemt staatssecretaris Marcel van Dam van Volkshuisvesting en
Ruimtelijke ordening de handschoen op. Hij komt met een ontwerp Woonschepenwet
waarover hij in het geheim met gemeenten en provincies overlegt. Het voorstel
lekt in september 1975 uit en blijkt zo star en onmogelijk van opzet dat zelfs
gemeenten de nieuwe wet onuitvoerbaar achten. Zo moeten binnen een jaar alle
woonschepen in een Bestemmingsplan worden opgenomen. Bovendien moeten alle
woonschepen voldoen aan voorschriften voor Bouw en inrichting. Die zullen bij
een algemene maatregel van bestuur in de toekomst bekend worden gemaakt. Alleen
woonschepen die aan die Bouwvoorschriften voldoen krijgen een
ligplaatsvergunning. Legale schepen krijgen een overgangsperiode van drie jaar,
andere woonschepen één jaar om aan de bouweisen te gaan voldoen. Varen met een
woonschip wordt feitelijk onmogelijk gemaakt. Uit interviews blijkt het saneren
van het aantal woonschepen een belangrijk doel.
Inspraak
Woonschipbewoners hebben zich decennia lang georganiseerd om voor hun belangen
op te komen. Vaak gaat dat in actiegroepjes die per gracht of havendeel actief
zijn. In 1953 ontstaat de eerste landelijke woonboten vereniging “De
Arkbewoner”. Iedere woonbootbewoner wordt in die tijd arkbewoner genoemd,
ongeacht het type woonschip dat men bewoont. De landelijke verenging bestaat
maar enkele jaren. Rond 1970 komt er weer meer structuur in de actiegroepjes en
ontstaan stedelijke woonschepenactiecomités. In 1975 richt een aantal
plaatselijke botencomités het Woonschepenoverleg Noord-Holland op. Andere
provincies volgen en er komt steeds meer onderling contact. Deze provinciale
woonschepencomités krijgen het voor elkaar om als groep met de staatssecretaris
een afspraak te maken.

Bijeenkomsten van meer dan 250 woonbootbewoners zijn geen uitzondering, maar
komen ook niet dagelijks voor. Roerende Ruimte bijeenkomst, Amsterdam 1998
Geboorte LWO
Wanneer voor het eerst sprake is van een Landelijk Woonschepen Overleg is niet
terug te vinden in de papieren. Op 20 januari 1976 is er het eerste gesprek met
staatssecretaris Van Dam. Twaalf woonbootbewoners komen dan in ieder geval als
LWO op de koffie en zo is het LWO een feit. Van Dam neemt elke twijfel weg, deze
wet is bedoeld om gemeenten een instrument te verschaffen om het aantal
woonschepen te saneren. Ook hij vindt dat er teveel zijn. Op 13 april voert het
LWO een tweede gesprek met de staatssecretaris. Van Dam wil van geen wijken
weten en wil zeker niet dat LWO-ers meedenken over een betere woonschepenwet.
Het LWO begint met een politieke lobby in de Tweede Kamer en met een
publiciteitscampagne in de pers. Dertig jaar later zijn bootbewoners daar nog
mee bezig.

Woonschepenmanifest 1979, ruim honderd woonschepen verzamelden zich in
Amsterdam uit protest tegen de wet van Van Dam en het verbod om met een
woonschip te varen. Foto Yvonne Helsloot
Creativiteit
De eerste landelijk bedoelde Woonschepenkrant verschijnt in juni 1976. Een ware
golf van creativiteit spoelt door woonbotenland. Overal ontstaan plaatselijke
kranten, worden fototentoonstellingen georganiseerd, woonbotenboeken geschreven,
worden walbewoners rondgevaren in woonschepen en zijn er acties naar gemeenten
en provinciale bestuurders toe. Er wordt eindeloos vergaderd, nota’s geschreven,
gewanhoopt en gezongen. Het LWO is een los overleg zonder veel structuur. Via
plaatselijk en provinciaal georganiseerde woonbootbewoners wordt een kerngroep
“Waterhoofden” samengesteld. Met veertig mensen vergaderen zonder goede
faciliteiten is een hele opgave. Temeer daar er grote onderlinge verschillen
bestaan over strategie en tactiek. Soms lijkt het wel of de helft van alle
energie besteed wordt aan overheidsbeïnvloeding en de rest aan onderling
gekibbel.
De “O”
Na jaren discussie over de gewenste overlegstructuur besluit men het los-vaste
Overleg om te zetten in een vereniging. De Groningse woonbootbewoners leveren
conceptstatuten, waarna uiteindelijk wordt besloten een stichting op te richten.
Woonbootbewoners kunnen donateur worden en op jaarvergaderingen invloed hebben
op de koers van het Stichtingsbestuur. Uiteindelijk besluit men na een aantal
jaren alsnog een vereniging op te richten. De ongeveer 500 donateurs worden lid
van de vereniging de Landelijke Woonboten Organisatie. De “O” van Overleg is
daarmee veranderd in de “O” van Organisatie. In de loop van de jaren groeit het
aantal leden enorm en schommelt rond de 2.000. Dat is een hoge organisatiegraad
als je bedenkt dat er ongeveer 9.000 woonschepen in Nederland zijn.
Sinterklaas van Reenen, voorzitter van de LWO in Groningen tijdens een
actie, foto Maarten van de Krol
Netwerk
Op gemeentelijk niveau bestaan rond de 65 woonbotenorganisaties. Dat zijn geen
LWO afdelingen maar zelfstandige groepen, comités, stichtingen of verenigingen.
Woonbootbewoners uit het hele land zijn individueel lid van de LWO. De LWO
ondersteunt plaatselijke woonbotengroepen wel met informatie en advies. Als er
vrijwilligers beschikbaar zijn, gaan door het LWO-bestuur gemandateerde leden
ook op pad om plaatselijke acties mee te helpen ondersteunen. Bij veel successen
was de LWO betrokken, maar werden de acties mede tot stand gebracht door
plaatselijke organisaties en niet-lid woonbootbewoners. De behaalde successen
zijn daarmee de successen van het woonbotennetwerk.
Successen
De ontwerpwet Van Dam verdween in de ijskast en is uiteindelijk nooit ingevoerd.
De grootscheeps bedoelde saneringsoperatie is tegengehouden. Het opnemen van
woonschepen in Bestemmingsplannen is rond 1985 wel op gang gekomen. Hoe
gebrekkig ook uitgevoerd, en de vele pogingen tot saneren die overheden alsnog
uithalen ten spijt, bestemd zijn is voor de meeste woonboten vooruitgang. Het
Bouwbesluit blijft tot nu toe alleen van toepassing op onroerende zaken en niet
op woonschepen. Een aangepaste versie van het Bouwbesluit voor woonschepen is in
1999 uitdrukkelijk van de hand gewezen door de Tweede Kamer.
De Beleidsregel verplaatsing en uitkoop Schiphol dient als voorbeeld voor andere
verplaatsingen.
Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) is een voorbeeld reglement
Woonschepen opgezet en in 1995 gepubliceerd. Er is ook een voorbeeld
Huurcontract met huur- en huurprijsbescherming zoals voor woningen op de wal
gangbaar is met de woonbotenadvocaten samengesteld.
Verkoopproblemen zijn in kaart gebracht in een boekje Koopcontracten voor
woonboten.
Er is een zeer succesvol, want druk bezocht spreekuur, waarbij advies en
informatie wordt gegeven aan leden. Middels honderden juridische procedures zijn
leden ondersteund. Een netwerk(je) van gespecialiseerde woonbotenadvocaten wordt
ook benut en er is een groot archief met jurisprudentie samengesteld.
In een heel lang traject is het gelukt om het starre Lozingsbesluit open te
breken voor meer werkbare oplossingen voor de riolering.
Informatie
Vanaf het begin is er veel aandacht besteed aan het verspreiden van informatie.
Verscheen de eerste Woonschepenkrant nog één maal per jaar, Woonboot magazine
komt vanaf 1992 zes maal per jaar uit. Een blad boordevol technische,
juridische, politieke, historische en woonbootculturele informatie.
Er zijn in de loop van de jaren diverse folders uitgegeven over bijvoorbeeld
riolering. Vanaf 2000 is er een LWO website in de lucht. Veel informatie die
voordien via dure folders werd verspreid, is nu relatief goedkoop permanent voor
iedereen beschikbaar. De website werd in 2005 meer dan 92.000 keer daadwerkelijk
bezocht waarbij meer dan 290.000 bladzijden zijn bekeken. Met de meeste
zoekopdrachten geeft de zoekmachine Google een LWO-resultaat in de eerste tien
vermeldingen.
Kantoorboot
Vergaderen en het opslaan van het LWO-archief is aanvankelijk nog mogelijk bij
“particulieren”. Maar allengs groeit de berg papier en huurt de LWO
achtereenvolgens een deel van een woonschip en een kantoorruimte op de wal in
Utrecht. Door sloop gedwongen opnieuw te verhuizen worden de alternatieven op
een rij gezet. Men weet goedkoop een klipper, in gebruik als een werkschip, te
bemachtigen. Uiteindelijk wordt dat schip omgeruild voor een tjalk, die wordt
verbouwd tot kantoorboot. Sinds 2001 heeft de LWO op dit schip een permanente
plek voor vergaderingen en het archief.
Mislukkingen
Het is niet gelukt om de provinciale Landschapsverordeningen van tafel te
krijgen. De provincies Utrecht, Noord-, en Zuid-Holland werken al decennia samen
en hernieuwen de ronduit discriminerende Landschapsverordeningen de afgelopen
jaren zelfs.
Op veel plaatsen zijn forse verhogingen van het liggeld of de precario ingevoerd
of gepland. Het lukt plaatselijke groepen en de LWO niet om een fatsoenlijke
huurbescherming of huurprijsbescherming te realiseren. Mede daardoor wordt het
wonen op het water zo duur, dat voor het eerst in de geschiedenis, mensen met
een smalle beurs gedwongen worden van het water te gaan, omdat allerlei
heffingen te veel stijgen voor hun portemonnee. In Amsterdam is berekend dat 80%
van de huidige bewoners te duur gaat wonen met alle lastenverzwaringen waartoe
de gemeente besluit. (Zie brief aan de Tweede Kamer, elders in dit blad)
Het is evenmin gelukt de sluipende sanering van het aantal woonschepen tegen te
gaan. Na 36 jaar Volkshuisvestingsbeleid krimpt het aantal woonschepen gestaag,
terwijl het officieel een geaccepteerde woonvorm is. Vrijwel alle besluiten over
uitbreiding van het aantal ligplaatsen worden in de praktijk geblokkeerd.
Het vrij varen met woonschepen wordt weer moeilijker. Bruggen en havens blijven
gesloten en de vrije, voormalige artikel 31, ligplaatsen zijn overvol.
Nog steeds vragen onderlinge verschillen veel energie en tijd en blokkeren ten
dele een effectieve, systematische lobby bij andere belangengroepen en de
overheden.
Balans
Veel is gelukt, veel moet nog bereikt worden. Het is indrukwekkend wat er de
afgelopen dertig jaar aan kritiek en voorstellen is verspreid. De LWO was niet
alleen tegen voorstellen, ze formuleerden ook wat wel kon. Zonder het grote
netwerk van woonschipbewoners die plaatselijk actief zijn en daarnaast de LWO
financieel en met menskracht steunen zag Nederland er heel wat woonbotenlozer
uit. Gaan we de volgende dertig jaar voor minder
ruzie, meer rechtsbescherming en eindelijk meer woonschepen? We zijn voorlopig
nog niet uitgepraat, Den Haag en andere overheden horen de komende jaren nog van
ons.
LWO statuten
Ministeries verantwoordelijk voor woonschepen:
Voor 1918 geen landelijk ministerie;
1918 tot 1957 ministerie van Justitie;
1957 tot 1970 ministerie van Maatschappelijk Werk;
1970 tot heden ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening (nu VROM).
Woonschepen aantallen:
1947 – 2.000
1960 – 7.049
1970 – 9.058
2006 – 9.000 ?
LWO staat voor:
Vanaf 1976 tot 1985 het Landelijk Woonschepen Overleg;
van 1985 tot 1993 de Stichting Landelijk Woonschepen Overleg;
vanaf 1993 de vereniging de Landelijke Woonboten Organisatie.
LWO 30 Jaar |
|



















|
 |
|
|
|
|
 |

Reactie op de nota "Een lust, geen last", Visie Modernisering van de Monumentenzorg"
<<meer lezen>>
Rode diesel en varende woonschepen Per 1 juli 2008 is er geen onduidelijkheid meer over het varen met rode diesel
<<meer lezen>>
Waterwoning
De wonderbaarlijke overgang van woonschip naar waterwoning
<<meer lezen>>
Riool, wat moet en mag
<<meer lezen>>
Reactie RWS ligplaatsenplan Inspraak reactie van de LWO op het "Ontwerp ligplaatsenplan Rijks Water Staat(RWS)
<<meer lezen>>
LWO commentaar op Subsidieregeling Riolering Woonboten van Amstel Gooi en Vecht (AGV).
<<meer lezen>>
|
|

Laroy Amsterdams woonschepenbeleid....(meer)
|
|