landelijke woonboten organisatie

start onderwerpen trefwoorden lwo contact sitemap links
 
   

feed

LWO
Postbus: 8192
3503 RD Utrecht
Tel: 030 - 29 67 698
E-mail

Valid XHTML 1.0!

Valid CSS!

valid-rss

 

 

Woonboot Huurbescherming

ga terug terug    

 

DEN HAAG


Aan de Tweede Kamer der Staten Generaal,
cie VROM,
Postbus 20018
2500 EA Den Haag




datum :19 januari 2006
onderwerp : Huurbescherming Woonboten Voorstel
kenmerk : LVROM001-TK



Geachte Kamerleden,

In 1998 heeft de Kamer de Wet op de Woonschepen van 1918 opgeheven. De strekking van die wet, m.n. art 31, is vervolgens ondergebracht bij de Huisvestingswet 1 . Tijdens de discussie in uw Kamer over de opheffing heeft u vragen gesteld over de rechtsbescherming voor woonschepen en hun bewoners.

U kreeg ten antwoord dat die geregeld was of werd omdat de gemeenten de beschikking hadden over een modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
De staatssecretaris meldde u en ons dat hij ervan uitging dat daarmee een adequaat gemeentebeleid werd gevoerd en dat hij hoopte dat die een uitstraling had naar andere overheden om fatsoenlijk beleid te voeren. Daarom vond hij de noodzaak tot nadere regelgeving ontbreken 2.

Helaas moeten wij constateren dat de praktijk nadien anders heeft gebracht. De verordening wordt nauwelijks ter bescherming van de woonbootbewoners uitgevoerd. Er zijn weinig gemeenten die de hoekstenen daarvan (overdraagbaarheid van de vergunning en de huurprijsbescherming van retributie art 229) hebben overgenomen. Wegens gebrek aan gemeentelijke belangstelling haalde de VNG de modelverordening zelfs van haar website.

Wij constateren nu dat de al bestaande problemen veroorzaakt door het gebrek aan huurbescherming en huurprijsbescherming voor ligplaats en liggeld sedert de wetsovergang van 1999 enorm zijn toegenomen.
Dat wordt mede veroorzaakt door het thans overdragen van het waterbeheer van de ene overheid naar de andere (semi) overheid. Ook voorstellen tot liggeldverhoging van honderden en zelfs duizenden procenten moeten worden bestreden, evenals saneren van ligplaatsen en wegjagen van woonschepen. Andere overheden dan de gemeenten nemen de teneur van de fatsoenlijke VNG verordening niet over en blijven saneren. Waterschappen, Domeinen en Provincies volgen niet de ontwikkelde politieke opvatting dat wonen op water een erkende woonvorm is die niet alleen bescherming maar ook uitbreiding verdient.
Er circuleren allerlei plannen om die woonvorm als huisvestingsuitbreiding te gebruiken met het oog op de natte toekomst. Vooral de overheid blokkeert echter in vele gevallen die plannen en vermindert actief de bestaande woonplaatsen op het water.
Bovendien is er de sterke tendens het wonen op het water zoveel duurder te maken dat de evenwichtige opbouw van de waterbevolking in gevaar wordt gebracht en dat alleen de betere inkomensgroepen daar nog een toekomst hebben. Daarbij komt ook het behoud van het maritieme erfgoed op het water in gevaar 3.

Dit alles baart de LWO veel zorgen, want er blijkt steeds maar weer dat een toepassing van het wettelijk instrumentarium om huurbescherming voor de ligplaats met huurprijsbescherming vergelijkbaar te krijgen met de standaard systematiek van het wonen op de wal in huizen niet lukt.
Nu het gaat om een relatief kleine, teruglopende groep bewoners (minder dan de vroegere 9500 woonboten in Nederland) vinden wij dit een beschamende situatie. Er valt niet in te zien waarom deze bewoners voor hun waterwonen de rechtsbescherming missen die op de wal standaard geaccepteerd en wettelijk vereist is.

De LWO is van mening dat een oplossing noodzakelijk is geworden en dat de opvatting van de regering in 1999, dat nadere rijksregelgeving niet noodzakelijk is, geen stand kan houden. Er zijn bovendien al plannen om de huursubsidiewetgeving van toepassing te verklaren op studenten/bewoners van woonboten.

Om het gebrek aan huurbescherming voor de ligplaats op te lossen verzoeken wij u aan de regering voor te stellen om van de mogelijkheid die de Huisvestingswet al biedt gebruik te maken. Art 1.3.b daarvan definieert een ligplaats als woonruimte. Het onderbrengen van woonboten onder de huurbeschermingswetgeving kan door aan de Huurwet extra toe te voegen dat huurbescherming ook van toepassing is op de ligplaats en niet alleen geldt voor een woning en een standplaats met woonwagen. Want de ligplaats wordt immers evenals een woning voor bewoning gebruikt. Door alleen de ligplaats woonruimte te noemen handhaaft men de dereguleringwetgeving van 1991 en in overeenstemming daarmee het buitensluiten van de op de woningwet gebaseerde bouwbesluiten. Ook de fundamentele discussie roerend/onroerend wordt irrelevant. Het is voor huurbescherming niet nodig in te grijpen in deze harde Burgerlijk Wetboek systematiek 4.

De huurprijsbescherming kan worden geregeld door het retributie artikel van de gemeente/provincie/waterschapswet voor woonboten te laten gelden, gelijk de VNG modelverordening adviseert. Dat betekent dat in ieder geval liggeldverhogingen door de overheid financieel gemotiveerd moeten worden en toetsbaar zijn. Dan kan deze systematiek ook te gebruiken zijn bij het beoordelen van liggeld / huur door private partijen. Door het van toepassing worden van de huurbescherming voor de ligplaats vervalt ook de basis voor het steeds maar jaarlijks verhogen van privaatrechtelijke huurovereenkomsten, mogelijk omdat de bewoner met zijn woonschip geen andere keuze heeft dan betalen, verkopen of gillend weglopen. Door het bestaan van huurbescherming kan bij een huurgeschil niet zonder meer worden opgezegd en zal getoetst worden aan redelijkheid en billijkheid in vergelijking met
overheidstarieven.


Wij vinden de situatie in hedendaags woonbotenland in zeer vele gevallen schrijnend en onnodig belastend voor de bewoners. Het huidige gebrek aan fatsoenlijke regel- en wetgeving zorgt voor een onrechtvaardig woonschepenbeleid. Door het toevoegen van de ligplaats als woonruimte aan de definities van de Huurwet (Burgerlijk Wetboek, boek 7) wordt de erkenning van de woonvorm op het water concreet en ontstaat de broodnodige gelijkheid op dit punt.

Wij verzoeken u dit voorstel toe te voegen aan de komende huursubsidievoorstellen die gelden voor een, in eerste instantie, vermoedelijk beperkte groep woonbootbewoners- studenten.
De veel grotere groep van huidige bewoners op het water dient niet verstoken te blijven van de broodnodige rechtsbescherming.


Hoogachtend,


H. de Weers
Secretaris Landelijke Woonboten Organisatie



Correspondentie/Info

E.P. Blaauw
Bestuurslid LWO
Postbus 10075,
1001 EB Amsterdam
tel/Fax: 020-6238385
e-mail: epblaauw@hetnet.nl


Noten:

[1]. Tweede Kamer, vergaderjaar 1997-1008, 25 333

[2]. TK, 25333, nr 6 pag 23

[3]. Zie Onderwerp erfgoed

[4]. Woonboot magazine 2006 nrs 4,5,6

Bijlagen: - artikelen WBM
- brief Remkes aan LWO 1996



Terug gaan terug    


Zoeken in website
nieuws
Reactie op de nota "Een lust, geen last", Visie Modernisering van de Monumentenzorg"
<<
meer lezen>>


Rode diesel en varende woonschepen
Per 1 juli 2008 is er geen onduidelijkheid meer over het varen met rode diesel
<<meer lezen>>
Waterwoning
De wonderbaarlijke overgang van woonschip naar waterwoning
<<
meer lezen>>
Riool, wat moet en mag
<<
meer lezen>>
Reactie RWS ligplaatsenplan
Inspraak reactie van de LWO op het "Ontwerp ligplaatsenplan Rijks Water Staat(RWS)
<<
meer lezen>>


LWO commentaar
op Subsidieregeling Riolering Woonboten van Amstel Gooi en Vecht (AGV).
<<meer lezen>>



links
- Woonbotenland
- Woonboot magazine
- SUWO Utrecht
- ABC Amsterdam
- SBA Amsterdam
- BHS Haarlem
- VWZ Amsterdam
- BBA Amsterdam
- HWKV Den Haag
- LVBH
- FONV
- Meer links

specials

Laroy Amsterdams woonschepenbeleid
Laroy Amsterdams woonschepenbeleid....(meer)


 

Start  Lid-worden  Publicaties  Sitemap   De LWO   Links  Contact