|
Juridisch Beken Artikel uit het Woonboot magazine nr1 2008
Riool, wat moet of mag
Tekst:
Frans Debets
Debets bv, een adviesbureau met als hoofddoel kennisdeling
www.debetsbv.nl
De wetgeving over water wordt de komende tijd aangepast. Een eerste stap
is de invoering per 1 januari van de Wet gemeentelijke watertaken.
De Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken (zie ook
www.infomil.nl) bestaat uit een compacte tekst van slechts zes bladzijden. De
artikelen leiden tot wijzigingen van de Gemeentewet, de Wet op waterhuishouding
en de Wet Milieubeheer. De veranderingen waren al eerder aangekondigd,
bijvoorbeeld in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de beleidsbrief
Regenwater van juni 2004. De veranderingen passen in het beleid om de
regelgeving te moderniseren. Dit moet leiden tot minder lasten door het
verminderen van het aantal vergunningen, algemene regels moeten hierin voorzien.
Er wordt ook gestreefd naar een betere samenhang tussen de verschillende wetten
of Amvb’s, bijvoorbeeld door uniforme begrippen en het samenvoegen van Amvb’s.
De rolverdeling tussen de verschillende overheden wordt verduidelijkt en de
ruimte voor lokaal beleid wordt vergroot. De nieuwe wet is een onderdeel van de
moderniseringsoperatie, een belangrijk onderdeel moet nog volgen: de nieuwe
Waterwet.
In de wet wordt nu meer duidelijkheid gegeven over de zorgplicht van de gemeente
voor de inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater, ander afvalwater,
hemelwater en grondwater. Gekoppeld aan deze zorgplichten krijgt de gemeente nu
meer mogelijkheden om ander afvalwater, hemelwater en grondwater niet te
accepteren en de houder te dwingen eerst zelf voor de verwerking van dat water
te zorgen.
De gemeente krijgt meer mogelijkheden om heffingen op te leggen voor alle taken
die te maken hebben met stedelijk afvalwater. Heffing zonder aansluiting wordt
nu mogelijk.
De mogelijkheid om binnen de zorgplicht alternatieve systemen voor riolering toe
te passen is nu ook opgenomen (10.33.2). Bijvoorbeeld IBA (Individuele
Behandeling Afvalwater), ook in de bebouwde kom, is hiermee dus toegestaan.
Het lozen van afvalwater werd tot 1 januari geregeld met Lozingenbesluiten voor
lozing op het water en voor lozingen in de bodem: het Lozingenbesluit
huishoudelijkafvalwater Wvo en het Lozingenbesluit bodembescherming. Nu is er
een nieuwe Algemene maatregel van bestuur (Amvb) waarmee de Lozingen vanuit
huishoudens wordt geregeld: het Lozingenbesluit Afvalwater huishoudens. Veel van
de artikelen uit de oude besluiten komen terug in het nieuwe besluit. Ook nu
blijft lozen verboden en is er een mogelijkheid om te lozen via een voorziening
als het riool meer dan 40 meter verwijderd is. Deze voorziening wordt in een
aparte regeling beschreven, de Regeling lozing afvalwater huishoudens. De daarin
beschreven voorziening is de oude vertrouwde 6000 liter septictank.
In artikel 11 van het Besluit wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van
de standaardregels voor lozing op oppervlakte water. Het bevoegd gezag mag in
bepaalde gevallen een andere voorziening dan de septictank eisen (11.3). Ook is
er de mogelijkheid dat een minder vergaande voorziening, of zelfs helemaal
niets, wordt toegestaan. Uiteraard mits het belang van de bescherming van het
oppervlaktewater niet wordt geschaad.
Ook hierin krijgt het bevoegd gezag dus meer ruimte voor eigen beleid.
Wat betekent dit nu in de praktijk? Het kan betekenen dat in het buitengebied
waar geen riool wordt aangelegd en waar de septictank dus als voorgeschreven
voorziening moet worden geplaatst, men accepteert dat geloosd wordt via
bestaande te kleine septictanks. Er kan zelfs bepaald worden door het waterschap
dat in een bepaald gebied helemaal zonder voorziening wordt geloosd (11.4.b) .
Een woonboot in het buitengebied kan zo, beleidsrijk, met rust gelaten worden.
Dat was met het oude Besluit niet mogelijk en volgens de conceptteksten die tot
voor kort van het nieuwe Besluit circuleerden ook niet. Pas in de allerlaatste
versie is artikel 11.4b er in gekomen.
In een gebied waar de afstand tot het riool minder dan 40 m is, ligt dit
moeilijker, want art. 10.4 eist dat er niet geloosd wordt binnen 40 m van het
riool. De afstand wordt gemeten vanaf de kadastrale grens van het perceel, via
de lijn waarlangs zonder overwegende bezwaren de afvoerleiding kan worden
aangelegd. Bij lozingen vanaf woonboten is de lijn nogal eens langer dan 40 m.
In die gevallen kan het waterschap gebruik maken van genoemd art. 11.4.b.
Het “niet strijdig zijn met het belang van de bescherming van het milieu” is een
breed begrip. Het is op open water moeilijk aan te tonen dat huishoudelijke
lozingen het milieubelang aantasten, andersom is het ook moeilijk aan te tonen
dat de lozingen dit niet doen. Veel hangt af van de nuchterheid van het
Waterschap. Het “verhaal” dat ongezuiverd lozen echt-helemaal-nooit-mag is vanaf
1 januari niet meer mogelijk.
Frans Debets
 |
|
|
|