|
Monumentenbeleid en woonboten (Artikel uit Woonboot magazine
nr2 2008)
De Monumentenwet geldt niet voor schepen op het water. In plaats daarvan
heeft de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen een systeem ontwikkeld dat in
denken over historisch erfgoed nogal afwijkt met wat op de wal gangbaar is. Dat
is onnodig beperkend en gaat ten koste van het scheepsbehoud. Een pleidooi voor
een betere benadering van ons drijvend erfgoed.

Tekst en foto’s Frank Bos
“Monumenten garanderen ons het voortleven van de oude tijd in de tegenwoordige
op een andere wijze dan in archieven of musea. Zij hebben bijna de affectieve
waarde van een oud sieraad dat wij dragen. Zij zijn iets moois, maar toch ook in
het dagelijks gebruik opgenomen. Dankzij een monument kan de eenheid en de
samenhang van onze beschaving met die uit vroegere perioden worden beleefd.”
[Noot] 1
Monumentenwet
In de landelijk geldende Monumentenwet uit 1988 is geregeld hoe het
Rijk tot het oordeel komt of iets een monument is. Het moet gaan over zaken die
van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
cultuurhistorische waarde. Daarbij geldt wel dat de boel 50 jaar of ouder dient
te zijn. De Monumentenwet is alleen van toepassing op onroerende goederen.
Treinen, vliegtuigen, auto’s en schepen vallen er buiten.
Gemeenten kennen een eigen Monumentenverordening met iets andere regels.
Uitgangspunt blijft de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de
cultuurhistorische waarde. Maar het criterium van 50 jaar hoeft bijvoorbeeld
niet te
gelden. Veel belangrijker is de mogelijkheid dat een gemeente kan bepalen dat
een gemeentelijk monument roerend kan zijn. Met andere woorden: de
rijksmonumentenregeling sluit woonboten per definitie uit, maar een gemeente kan
onze schepen wel tot monument verklaren.
Nationaal Register
Sinds 1994 kennen we een particulier Nationaal Register Varende Monumenten. De
dreigende invoering van een vaarbelasting leidde tot de geboorte van dit
register.
“Ik was met enkele bestuursleden van de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen
(FONV) op het Ministerie van Financiën om de ambtenaren ervan te overtuigen dat
hun plannen voor een Vaarbelasting zeer onrechtvaardig waren voor onze
historische schepen. Wij betoogden vol vuur over de schat aan oude schepen die
Nederland nog rijk was, en dat een belasting naar scheepslengte heel ongunstig
voor de oude vrachtschepen uitviel. De belasting steeg ook naar ratio van het
motorvermogen. Hier zouden ook sleepboten de dupe van worden. Wij voerden ook
nog aan dat vaarbelasting als effect zou hebben dat verwaarloosde casco’s snel
opgeruimd zouden worden. Het veelgehoorde gezegde ‘het vreet geen brood’ zou dan
niet meer opgaan.”
De ambtenaar luisterde geduldig. “Hoe kan ik eigenlijk zien wat een historisch
waardevol schip is?” vroeg hij. “Wij stortten al onze kennis over oude
constructiewijzen, klinkverbindingen en lange ruitplaat over hem uit.” Hij
schudde zijn hoofd. “Ik kan mijn mensen hier niet mee op pad sturen, heren. Ik
heb een briefje nodig. Een briefje is het enige waar een controlerend ambtenaar
mee uit de voeten kan.” Toen we buiten stonden keken we elkaar aan en zeiden:
“Wij moeten de partij zijn die dat soort briefjes maakt, want als het aan de
overheid overlaten, gaat het nooit goed.” Zo is het idee ontstaan over een
register waar alle scheepstypen in opgenomen konden worden.” [Noot]
2
Gekaapte taal
De mensen van het Nationaal Register Varende Monumenten gingen voortvarend te
werk. Ze lieten het begrip ‘Varend monument’ bij het Benelux Merkenbureau
registreren. Daarmee is de Nederlandse taal gekaapt. Alleen schepen die in het
register staan mogen zich varend monument noemen. Inschrijven in het register
kan alleen via de FONV. En alleen de mensen van het register bepalen of je in
het register kan worden opgenomen. Dat is een monopolypositie van een
particuliere organisatie, die in het monumentenbeleid op de wal ondenkbaar is.
Gekaapt denken
Het gevolg van de gekaapte taal is een gijzeling van het begrip monument op het
water. De FNOV gebruikt een heel andere denkwijze dan gangbaar is bij het behoud
van erfgoederen. Artikel 2 van de Monumentenwet bepaalt dat bij de toepassing
van de wet rekening wordt gehouden met het gebruik van het monument. Zo zijn
bijvoorbeeld in een voormalige graansilo, een Rijksmonument in Amsterdam, ramen
aangebracht. Zo’n vijftig procent van de gevel veranderde van baksteen in glas.
Daarmee kreeg de silo een nieuwe - woon- bestemming en bleef het gebouw
behouden. Bij de FONV is het hebben van een patrijspoort in de romp, die er
oorspronkelijk niet was, of niet minstens vijftig jaar geleden is aangebracht,
een doodzonde. Een dergelijk schip kan geen monumentale status bereiken.
A-historisch denken
Het gedachtegoed van de FONV is ook in strijd met het Waardestellend kader voor
het Mobiele Erfgoed. [Noot] 3 Deze notitie kwam in 2005 van het
ministerie van Cultuur om een eventueel rijksbeleid in de toekomst te kunnen
ondersteunen. Met een vergelijkbare denkwijze als op de wal, wordt er veel
reëler naar het drijvende erfgoed gekeken. Zo zijn er vijf vormen van
authenticiteit die voor de waardepaling van een schip kunnen gelden. De FONV
beperkt zich maar naar één vorm, de a-historische. Er wordt dan één moment in de
geschiedenis gekozen, bijvoorbeeld, de oorspronkelijke staat of jaar X. Een
historische benadering gaat er vanuit dat de geschiedenis van een schip zo
compleet mogelijk wordt geconserveerd. Dus inclusief later aangebrachte
wijzigingen. Waarom de FONV zich beperkt tot de a-historische benadering is
onbekend.
LWO en FONV
In het verleden, o.a. rond 2003, heeft de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO)
aangedrongen op overleg en het opnemen van woonschepen in het register. Dat is
om twee redenen afgewezen. Ten eerste vindt men bij het register dat
stilliggende woonschepen geen vaartuigen of schepen zijn. En ten tweede heeft
men geen verstand van woonschepen. Ze kunnen ze daarom niet beoordelen.
Volgens allerlei wetten, waaronder het Burgerlijk Wetboek en de Schepenwet zijn
woonschepen schepen of vaartuigen, dus die bewering klopt niet. En dat ze geen
verstand van woonschepen hebben valt op te lossen door de deskundigheid van het
LWO te benutten.
Volgens de gepubliceerde regels van de FONV is er formeel geen enkele
belemmering. In de toelatingscriteria van het register staat: 1 – een schip is
ouder dan 50 jaar, 2 – het schip ligt in Nederland, 3 – het scheepstype was meer
dan vijftig jaar terug beeldbepalend op de Nederlandse wateren. Bij de
classificatie van verschillende scheepstypen staan ook woonschepen gemeld.
[Noot] 4
Tot nu toe houdt de FONV, de belangenbehartiger van het register, gesprekken met
de LWO af. Blijkbaar bepaalt een particuliere groep, de FNOV, of er wel of geen
monumentale woonboten bestaan. En blijkbaar heeft men zoveel weerzin tegen de
gedachte dat een woonboot een monument kan zijn, dat men zich niet aan de eigen
regels wil houden.
Minister Plasterk
Al rond 1990 waren er initiatieven om vaar-, voer- en vliegtuigen onder de
noemer van Mobiel Erfgoed toch als cultureel erfgoed door Rijk en gemeenten
erkent te krijgen. Het ministerie heeft meegewerkt aan het financieren van een
inventarisatie van het Mobiel Erfgoed. Er is subsidie gegeven, en gedeeltelijk
ook weer ingetrokken, om ook monumentale schepen te inventariseren. Omdat men
daar de FONV bij inschakelde, ging hun beperkte denken een grote rol spelen.
Woonschepen komen niet voor in de inventarisatie, terwijl het Rijk duidelijk een
bredere aanpak mogelijk maakt. Het is minister Plasterk ook opgevallen dat de
FONV geen woonschepen registreert. Hij raadt in een brief van 30 november 2007
aan om daarover toch maar weer eens contact op te nemen met de FONV.
Dat advies heeft de LWO opgevolgd, maar tot nu toe levert dat nog geen reactie
op van de FONV.
Dankzij een monument kan de eenheid en de samenhang van onze beschaving met die
uit vroegere perioden worden beleefd. Ruim vierhonderd jaar
woonbotengeschiedenis en de huidige woonbotenvloot verdienen aandacht.
Voorbeelden van monumentwaardige woonschepen zoals de Dogger, de Alexander, de
Jan van Arkel en de Wiekslag staan op de website van de LWO, www.lwoorg.nl bij
het onderwerp Cultureel erfgoed.
Binnen de LWO is er allang aandacht voor het bijzondere, het historische
waardevolle van sommige woonschepen. Zo kregen nieuwe leden in het verre
verleden het boekje ‘Fluiten geeft veel wind, over zeilende broodvaarders’ van
Gep Frederiks als welkomstgeschenk. In de verenigingsstatuten staat onder
artikel 2, doel:
“d. het bevorderen van het behoud van historische vaartuigen, alsmede
aanmeervoorzieningen, kunstwerken, werven en gebouwen die een relatie hebben met
het gebruik, onderhoud van en het wonen op het water.”
- Het Nationaal Register Varende Monumenten is te bereiken via de website van
de FONV, www.fonv.nl. De Federatie is ontstaan als een koepel voor particuliere
behoudsorganisaties voor allerlei soorten schepen. Via de website http://www.lvbhb.nl
zijn de criteria voor inschrijving te bezien.
Noten
1 - C.A. van Swichem, Afbraak of restauratie. Monumentenzorg in
Nederland, Bussum 1966. Frans Grijzenhout, Erfgoed, De geschiedenis van een
begrip, Amsterdam 2007,
ISBN 978 90 5356 912 2.
2 - Citaat uit: Schouwen en beoordelen. Namens de werkgroep
Beoordeling: Arianne Pen, Henk van Haar en Jan Lock. Pieter Jansen medeoprichter
en tien jaar voorzitter van het Nationaal Register Varende Monumenten (NVRM)
wordt geciteerd. Uit de Bokkepoot nummer 178, maart 2008, blz. 38 en 39.
3 - Waardestellend kader voor het Mobiele Erfgoed. 30 juni 2005
van het ministerie van Cultuur. Zie ook, Erfgoed dat beweegt! Waardering van de
Mobile Collectie Nederland, 2006,
ISBN 90 76092 427.
4 - FONV sectie varende monumenten, criteria voor opnamen,
versie 08-04-2004.
Afbeeldingen
[1] De Graansilo in Amsterdam, rijksmonument en voorzien van heel veel ramen om
te kunnen bewonen. Door deze nieuwe functie kan het gebouw uit 1898 overleven.
[2] Een graanlichter uit Amsterdam, gebouwd rond 1880. Het soort schip dat
werkeloos werd door de invoering van het systeem van graansilo’s rond 1900. Uit
wetenschappelijke en cultuurhistorische overwegingen is het zeer de moeite waard
om het schip te behouden. Volgens de systematiek van de FONV kan het geen
monument zijn.
[3] Naar overlevering één van de vroegste voorbeelden van een Luxe Motor en als
vroeg voorbeeld het behouden waard. Het uithangboord, de tekst coffeeshop, en
het gebruik als ‘hasjboot’ verwijzen naar een voorbije periode uit onze
geschiedenis. Boten als de Mickey Grass, de Lowlands Weed Compagnie en dit schip
kunnen vallen onder de noemer cultureel erfgoed.
[4] Machineschip van de schipbrug van Vianen – Vreeswijk gebouwd in 1897. De
schipbrug werd opgebroken in 1936. Het schip overleeft als woonschip en heeft
wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde.
[5]. Een betonnen dekschuit van het Amsterdamse model heeft het als woonschip
overleefd. Als hij werkelijk uit 1917 komt, is het één van de oudste betonnen
bedrijfsvaartuigen die nog bestaan. Met zijn toepassing van beton heeft het
huidige woonschip wetenschappelijke en cultuurhistorische waarden.
[6] De Alexander uit 1922 is het oudst bekende prototype van een varend
woonschip gebouwd in beton. Een bijzonder schip het behouden meer dan waard.
[7] De Wiekslag is een varend woonschip uit 1925, ontworpen in de Amsterdamse
schoolstijl. Op zijn minst cultuurhistorisch van veel belang.
[8] Pakschuit met de naam Jan van Arkel. Eindproduct van een eeuwenoude
ontwikkeling in scheepstype. Uit cultuurhistorische overwegingen een fors
verlies als het woonschip zou verdwijnen.
 |
|
|
|