landelijke woonboten organisatie

start onderwerpen trefwoorden lwo contact sitemap links
 
   

feed

LWO
Postbus: 8192
3503 RD Utrecht
Tel: 030 - 29 67 698
E-mail

Valid XHTML 1.0!

Valid CSS!

valid-rss

 

 

Monumentenbeleid

ga terug terug    

Ark Noach 

 

Monumentenbeleid en woonboten (Artikel uit Woonboot magazine nr2 2008)

De Monumentenwet geldt niet voor schepen op het water. In plaats daarvan heeft de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen een systeem ontwikkeld dat in denken over historisch erfgoed nogal afwijkt met wat op de wal gangbaar is. Dat is onnodig beperkend en gaat ten koste van het scheepsbehoud. Een pleidooi voor een betere benadering van ons drijvend erfgoed.

1-De Graansilo in Amsterdam, rijksmonument en voorzien van heel veel ramen om te kunnen bewonen. Door deze nieuwe functie kan het gebouw uit 1898 overleven

Tekst en foto’s Frank Bos


“Monumenten garanderen ons het voortleven van de oude tijd in de tegenwoordige op een andere wijze dan in archieven of musea. Zij hebben bijna de affectieve waarde van een oud sieraad dat wij dragen. Zij zijn iets moois, maar toch ook in het dagelijks gebruik opgenomen. Dankzij een monument kan de eenheid en de samenhang van onze beschaving met die uit vroegere perioden worden beleefd.” [Noot] 1

Monumentenwet2-Een graanlichter uit Amsterdam, gebouwd rond 1880. Het soort schip dat werkeloos werd door de invoering van het systeem van graansilo’s rond 1900. Uit wetenschappelijke en cultuurhistorische overwegingen is het zeer de moeite waard om het schip te behouden. Volgens de systematiek van de FONV kan het geen monument zijn
In de landelijk geldende Monumentenwet uit 1988 is geregeld hoe het Rijk tot het oordeel komt of iets een monument is. Het moet gaan over zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Daarbij geldt wel dat de boel 50 jaar of ouder dient te zijn. De Monumentenwet is alleen van toepassing op onroerende goederen. Treinen, vliegtuigen, auto’s en schepen vallen er buiten.
Gemeenten kennen een eigen Monumentenverordening met iets andere regels. Uitgangspunt blijft de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Maar het criterium van 50 jaar hoeft bijvoorbeeld niet te3-Naar overlevering één van de vroegste voorbeelden van een Luxe Motor en als vroeg voorbeeld het behouden waard. Het uithangboord, de tekst coffeeshop, en het gebruik als ‘hasjboot’ verwijzen naar een voorbije periode uit onze geschiedenis. Boten als de Mickey Grass, de Lowlands Weed Compagnie en dit schip kunnen vallen onder de noemer cultureel erfgoed. gelden. Veel belangrijker is de mogelijkheid dat een gemeente kan bepalen dat een gemeentelijk monument roerend kan zijn. Met andere woorden: de rijksmonumentenregeling sluit woonboten per definitie uit, maar een gemeente kan onze schepen wel tot monument verklaren.

 

Nationaal Register
Sinds 1994 kennen we een particulier Nationaal Register Varende Monumenten. De dreigende invoering van een vaarbelasting leidde tot de geboorte van dit register.
“Ik was met enkele bestuursleden van de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen (FONV) op het Ministerie van Financiën om de ambtenaren ervan te overtuigen dat hun plannen voor een Vaarbelasting zeer onrechtvaardig waren voor onze4-Machineschip van de schipbrug van Vianen – Vreeswijk gebouwd in 1897. De schipbrug werd opgebroken in 1936. Het schip overleeft als woonschip en heeft wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde. historische schepen. Wij betoogden vol vuur over de schat aan oude schepen die Nederland nog rijk was, en dat een belasting naar scheepslengte heel ongunstig voor de oude vrachtschepen uitviel. De belasting steeg ook naar ratio van het motorvermogen. Hier zouden ook sleepboten de dupe van worden. Wij voerden ook nog aan dat vaarbelasting als effect zou hebben dat verwaarloosde casco’s snel opgeruimd zouden worden. Het veelgehoorde gezegde ‘het vreet geen brood’ zou dan niet meer opgaan.”
De ambtenaar luisterde geduldig. “Hoe kan ik eigenlijk zien wat een historisch waardevol schip is?” vroeg hij. “Wij stortten al onze kennis over oude constructiewijzen, klinkverbindingen en lange ruitplaat over hem uit.” Hij schudde zijn hoofd. “Ik kan mijn mensen hier niet mee op pad sturen, heren. Ik heb een briefje nodig. Een briefje is het enige waar een controlerend ambtenaar mee uit de voeten kan.” Toen we buiten stonden keken we elkaar aan en zeiden: “Wij moeten de partij zijn die dat soort briefjes maakt, want als het aan de overheid overlaten, gaat het nooit goed.” Zo is het idee ontstaan over een register waar alle scheepstypen in opgenomen konden worden.” [Noot] 2

Gekaapte taal5-Een betonnen dekschuit van het Amsterdamse model heeft het als woonschip overleefd. Als hij werkelijk uit 1917 komt, is het één van de oudste betonnen bedrijfsvaartuigen die nog bestaan. Met zijn toepassing van beton heeft het huidige woonschip wetenschappelijke en cultuurhistorische waarden
De mensen van het Nationaal Register Varende Monumenten gingen voortvarend te werk. Ze lieten het begrip ‘Varend monument’ bij het Benelux Merkenbureau registreren. Daarmee is de Nederlandse taal gekaapt. Alleen schepen die in het register staan mogen zich varend monument noemen. Inschrijven in het register kan alleen via de FONV. En alleen de mensen van het register bepalen of je in het register kan worden opgenomen. Dat is een monopolypositie van een particuliere organisatie, die in het monumentenbeleid op de wal ondenkbaar is.

Gekaapt denken
Het gevolg van de gekaapte taal is een gijzeling van het begrip monument op het water. De FNOV gebruikt een heel andere denkwijze dan gangbaar is bij het behoud van erfgoederen. Artikel 2 van de Monumentenwet bepaalt dat bij de toepassing van de wet rekening wordt gehouden met het gebruik van het monument. Zo zijn bijvoorbeeld in een voormalige graansilo, een Rijksmonument in Amsterdam, ramen aangebracht. Zo’n vijftig procent van de gevel veranderde van baksteen in glas. Daarmee kreeg de silo een nieuwe - woon- bestemming en bleef het gebouw behouden. Bij de FONV is het hebben van een patrijspoort in de romp, die er oorspronkelijk niet was, of niet minstens vijftig jaar geleden is aangebracht, een doodzonde. Een dergelijk schip kan geen monumentale status bereiken.

A-historisch denken6-De Alexander uit 1922 is het oudst bekende prototype van een varend woonschip gebouwd in beton. Een bijzonder schip het behouden meer dan waard
Het gedachtegoed van de FONV is ook in strijd met het Waardestellend kader voor het Mobiele Erfgoed. [Noot] 3 Deze notitie kwam in 2005 van het ministerie van Cultuur om een eventueel rijksbeleid in de toekomst te kunnen ondersteunen. Met een vergelijkbare denkwijze als op de wal, wordt er veel reëler naar het drijvende erfgoed gekeken. Zo zijn er vijf vormen van authenticiteit die voor de waardepaling van een schip kunnen gelden. De FONV beperkt zich maar naar één vorm, de a-historische. Er wordt dan één moment in de geschiedenis gekozen, bijvoorbeeld, de oorspronkelijke staat of jaar X. Een historische benadering gaat er vanuit dat de geschiedenis van een schip zo compleet mogelijk wordt geconserveerd. Dus inclusief later aangebrachte wijzigingen. Waarom de FONV zich beperkt tot de a-historische benadering is onbekend.

LWO en FONV7-De Wiekslag is een varend woonschip uit 1925, ontworpen in de Amsterdamse schoolstijl. Op zijn minst cultuurhistorisch van veel belang
In het verleden, o.a. rond 2003, heeft de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO) aangedrongen op overleg en het opnemen van woonschepen in het register. Dat is om twee redenen afgewezen. Ten eerste vindt men bij het register dat stilliggende woonschepen geen vaartuigen of schepen zijn. En ten tweede heeft men geen verstand van woonschepen. Ze kunnen ze daarom niet beoordelen.
Volgens allerlei wetten, waaronder het Burgerlijk Wetboek en de Schepenwet zijn woonschepen schepen of vaartuigen, dus die bewering klopt niet. En dat ze geen verstand van woonschepen hebben valt op te lossen door de deskundigheid van het LWO te benutten.
Volgens de gepubliceerde regels van de FONV is er formeel geen enkele belemmering. In de toelatingscriteria van het register staat: 1 – een schip is ouder dan 50 jaar, 2 – het schip ligt in Nederland, 3 – het scheepstype was meer dan vijftig jaar terug beeldbepalend op de Nederlandse wateren. Bij de classificatie van verschillende scheepstypen staan ook woonschepen gemeld. [Noot] 4
Tot nu toe houdt de FONV, de belangenbehartiger van het register, gesprekken met de LWO af. Blijkbaar bepaalt een particuliere groep, de FNOV, of er wel of geen monumentale woonboten bestaan. En blijkbaar heeft men zoveel weerzin tegen de gedachte dat een woonboot een monument kan zijn, dat men zich niet aan de eigen regels wil houden.

Minister Plasterk8-Pakschuit met de naam Jan van Arkel. Eindproduct van een eeuwenoude ontwikkeling in scheepstype. Uit cultuurhistorische overwegingen een fors verlies als het woonschip zou verdwijnen
Al rond 1990 waren er initiatieven om vaar-, voer- en vliegtuigen onder de noemer van Mobiel Erfgoed toch als cultureel erfgoed door Rijk en gemeenten erkent te krijgen. Het ministerie heeft meegewerkt aan het financieren van een inventarisatie van het Mobiel Erfgoed. Er is subsidie gegeven, en gedeeltelijk ook weer ingetrokken, om ook monumentale schepen te inventariseren. Omdat men daar de FONV bij inschakelde, ging hun beperkte denken een grote rol spelen. Woonschepen komen niet voor in de inventarisatie, terwijl het Rijk duidelijk een bredere aanpak mogelijk maakt. Het is minister Plasterk ook opgevallen dat de FONV geen woonschepen registreert. Hij raadt in een brief van 30 november 2007 aan om daarover toch maar weer eens contact op te nemen met de FONV.
Dat advies heeft de LWO opgevolgd, maar tot nu toe levert dat nog geen reactie op van de FONV.

Dankzij een monument kan de eenheid en de samenhang van onze beschaving met die uit vroegere perioden worden beleefd. Ruim vierhonderd jaar woonbotengeschiedenis en de huidige woonbotenvloot verdienen aandacht.
Voorbeelden van monumentwaardige woonschepen zoals de Dogger, de Alexander, de Jan van Arkel en de Wiekslag staan op de website van de LWO, www.lwoorg.nl bij het onderwerp Cultureel erfgoed.


Binnen de LWO is er allang aandacht voor het bijzondere, het historische waardevolle van sommige woonschepen. Zo kregen nieuwe leden in het verre verleden het boekje ‘Fluiten geeft veel wind, over zeilende broodvaarders’ van Gep Frederiks als welkomstgeschenk. In de verenigingsstatuten staat onder artikel 2, doel:
“d. het bevorderen van het behoud van historische vaartuigen, alsmede aanmeervoorzieningen, kunstwerken, werven en gebouwen die een relatie hebben met het gebruik, onderhoud van en het wonen op het water.”


- Het Nationaal Register Varende Monumenten is te bereiken via de website van de FONV, www.fonv.nl. De Federatie is ontstaan als een koepel voor particuliere behoudsorganisaties voor allerlei soorten schepen. Via de website http://www.lvbhb.nl zijn de criteria voor inschrijving te bezien.


Noten
1 - C.A. van Swichem, Afbraak of restauratie. Monumentenzorg in Nederland, Bussum 1966. Frans Grijzenhout, Erfgoed, De geschiedenis van een begrip, Amsterdam 2007,
ISBN 978 90 5356 912 2.
2 - Citaat uit: Schouwen en beoordelen. Namens de werkgroep Beoordeling: Arianne Pen, Henk van Haar en Jan Lock. Pieter Jansen medeoprichter en tien jaar voorzitter van het Nationaal Register Varende Monumenten (NVRM) wordt geciteerd. Uit de Bokkepoot nummer 178, maart 2008, blz. 38 en 39.
3 - Waardestellend kader voor het Mobiele Erfgoed. 30 juni 2005 van het ministerie van Cultuur. Zie ook, Erfgoed dat beweegt! Waardering van de Mobile Collectie Nederland, 2006,
ISBN 90 76092 427.
4 - FONV sectie varende monumenten, criteria voor opnamen, versie 08-04-2004.


Afbeeldingen
[1] De Graansilo in Amsterdam, rijksmonument en voorzien van heel veel ramen om te kunnen bewonen. Door deze nieuwe functie kan het gebouw uit 1898 overleven.

[2] Een graanlichter uit Amsterdam, gebouwd rond 1880. Het soort schip dat werkeloos werd door de invoering van het systeem van graansilo’s rond 1900. Uit wetenschappelijke en cultuurhistorische overwegingen is het zeer de moeite waard om het schip te behouden. Volgens de systematiek van de FONV kan het geen monument zijn.

[3] Naar overlevering één van de vroegste voorbeelden van een Luxe Motor en als vroeg voorbeeld het behouden waard. Het uithangboord, de tekst coffeeshop, en het gebruik als ‘hasjboot’ verwijzen naar een voorbije periode uit onze geschiedenis. Boten als de Mickey Grass, de Lowlands Weed Compagnie en dit schip kunnen vallen onder de noemer cultureel erfgoed.

[4] Machineschip van de schipbrug van Vianen – Vreeswijk gebouwd in 1897. De schipbrug werd opgebroken in 1936. Het schip overleeft als woonschip en heeft wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde.

[5]. Een betonnen dekschuit van het Amsterdamse model heeft het als woonschip overleefd. Als hij werkelijk uit 1917 komt, is het één van de oudste betonnen bedrijfsvaartuigen die nog bestaan. Met zijn toepassing van beton heeft het huidige woonschip wetenschappelijke en cultuurhistorische waarden.

[6] De Alexander uit 1922 is het oudst bekende prototype van een varend woonschip gebouwd in beton. Een bijzonder schip het behouden meer dan waard.

[7] De Wiekslag is een varend woonschip uit 1925, ontworpen in de Amsterdamse schoolstijl. Op zijn minst cultuurhistorisch van veel belang.

[8] Pakschuit met de naam Jan van Arkel. Eindproduct van een eeuwenoude ontwikkeling in scheepstype. Uit cultuurhistorische overwegingen een fors verlies als het woonschip zou verdwijnen.

Terug gaan terug    


Zoeken in website
nieuws
Reactie op de nota "Een lust, geen last", Visie Modernisering van de Monumentenzorg"
<<
meer lezen>>


Rode diesel en varende woonschepen
Per 1 juli 2008 is er geen onduidelijkheid meer over het varen met rode diesel
<<meer lezen>>
Waterwoning
De wonderbaarlijke overgang van woonschip naar waterwoning
<<
meer lezen>>
Riool, wat moet en mag
<<
meer lezen>>
Reactie RWS ligplaatsenplan
Inspraak reactie van de LWO op het "Ontwerp ligplaatsenplan Rijks Water Staat(RWS)
<<
meer lezen>>


LWO commentaar
op Subsidieregeling Riolering Woonboten van Amstel Gooi en Vecht (AGV).
<<meer lezen>>



links
- Woonbotenland
- Woonboot magazine
- SUWO Utrecht
- ABC Amsterdam
- SBA Amsterdam
- BHS Haarlem
- VWZ Amsterdam
- BBA Amsterdam
- HWKV Den Haag
- LVBH
- FONV
- Meer links

specials

Laroy Amsterdams woonschepenbeleid
Laroy Amsterdams woonschepenbeleid....(meer)


 

Start  Lid-worden  Publicaties  Sitemap   De LWO   Links  Contact