landelijke woonboten organisatie

start onderwerpen trefwoorden lwo contact sitemap links
 
   

feed

LWO
Postbus: 8192
3503 RD Utrecht
Tel: 030 - 29 67 698
E-mail

Valid XHTML 1.0!

Valid CSS!

valid-rss

 

 

Politiek.
LWO - De belangenvereniging van woonboot nederland.

ga terug terug    

Vergadertafel LWO

[VNG WBM concept]

De model Woonschepenverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 1995 is nog steeds actueel. Weinig gemeente passen het model toe. Met vervelende gevolgen voor de woonbootbewoners.

Tekst: E.P. Blaauw- 16 november 2008


Woonbotenbeleid is primair een gemeentelijke aangelegenheid 1). Wie dat aan de lijve ondervindt of om zich heen kijkt in Woonbotenland ziet veel om niet vrolijk van te worden. Saneerbeleid, wegjagen, niet overdraagbaarheid van woonschip bij verkoop op de ligplaats en geen normale uitbreiding van wonen op het water door meer ligplaatsen mogelijk te maken. Kortweg op enkele gemeenten na een negatief ratjetoe.
Dat was vroeger ook zo en daarom kwam er in 1918 Wet op de Woonschepen. Die regelde indertijd heel progressief dat woonschepen in een gemeente mochten verblijven tegen betaling van een gering bedrag. Dat was tegen de zin van onder andere de gemeente Amsterdam. Die ging een beleid van 'zijdelingse pressie' voeren. Ze waren daar erg trots op en hielden lezingen over hoe je woonbootbewoners moest wegpesten. In Charlotte Le Roy's scriptie van 1980 2) "Amsterdams Woonschepenbeleid 1920-1940" vindt u daarover vele, ook nog hedendaags geldende, voorbeelden genoemd.

Rond 1992 nam de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het initiatief voor een nieuwe modelverordening voor woonschepen. Aangepaste regelgeving was op zijn plaats om de oude Openbaar Water Afdeling 3 VNG modelverordeningen van 1976 te vervangen. Dat vernieuwingsproces verliep stroef, ook al omdat de gemeente Amsterdam zijn medewerking terugtrok. Amsterdam wilde alleen over regelgeving praten die bij dereguleringwetgeving 3) van 1991 al was ingetrokken. Die wet had onder andere als gevolg had dat de overheid geen eisen meer stelde of mocht stellen aan de inrichting van een woonschip. Rond 1994 overwon een VNG werkgroep de impasse en ging er toch weer mee bezig. De LWO deed mee omdat zij vond dat wat het resultaat ook mocht worden het nooit slechter kon zijn dan de bestaande lappendeken van (on) georganiseerde ellende die zij waarnam.

In 1995 stelde de VNG haar Model Woonschepenverordening vast en organiseerde voorlichtingsdagen voor gemeente ambtenaren. De LWO steunde dit en de Woonschepenverordening. De verordening gaat er onder andere vanuit, dat het wenselijk is om woonboten ligplaatsen in bestemmingsplannen op te nemen ter vergroting van de rechtszekerheid. Omdat dat niet in een keer mogelijk was en er moest worden begonnen vanuit een bestaande situatie nam men in een vergunningen systeem op. Zo kunnen ook niet per bestemmingsplan geregelde woonschepen vergund worden door ze op een ligplaatsenkaart te vermelden. Omdat de overheid geen belang heeft bij de initialen van de bewoner worden deze vergunningen op verzoek overgeschreven op naam van de nieuwe rechthebbende bewoner volgens art 8:

  1. De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een rechtverkrijgende.
  2. Op aanvraag van de vergunninghouder en de rechtverkrijgende schrijven burgemeester en wethouders de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende.

Aldus werd er een heldere rechtszekerheid voor overheid en bewoners gecreeerd.

Jurisprudentie bepaalt dat een op basis van de verordening vergund woonschip in een bestemmingsplan dat de ligplaats niet positief regelde niet weggejaagd behoefde te worden op grond van strijdigheid met bestemmingsplan 4). Een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam 5) bepaalde dat ook een verordeningsvergunning kon worden verstrekt aan een woonschip als het bestemmingsplan een woonschip uitdrukkelijk verbood.
Verder gaf de toelichting van de Model verordening een overzicht van de voor woonschepen relevante wet-en regelgeving. Nu, na 13 jaar vereist dat enige aanpassing, bijvoorbeeld omdat de riool aansluitplicht per 2008 uit de huidige lozingsbesluiten verdwenen is .

Er zijn weinig gemeenten die deze, door hun eigen Nederlandse Vereniging vastgestelde, eenvoudig te implementeren Modelverordening Woonschepen ongeschonden hebben overgenomen. Wel vindt de LWO veel knip en plakwerk, meestal om de overdraagbaarheid die erin goed geregeld is, de nek om te draaien, zodat wegjagen, saneren en niet positief benaderen van woonschepen schering en inslag blijft. Het gevolg is dat we een constante afname van het aantal woonschepen ligplaatsen constateren. Met de daarbij voor de bewoners, al dan niet lid van de LWO, grote persoonlijke ellende en voor de LWO buitenissig veel werk.

Tot op heden blijven veel gemeentes raar regelen. Er is dus alle reden om de VNG model verordening te blijven promoten. Het VNG-model wordt ook door de staatssecretaris 6) gezien, bij de verplaatsing van de Wet op de Woonschepen van 1918 naar de Huisvestingswet, als een adequate en juiste methode om woonschepen in de gemeente te regelen. Reden waarom hij de modelverordening weer onder de aandacht van gemeentelijk en waterwonend Nederland bracht. Ook nu nog actueel in een nogal onregelmatig klotsende discussie op hoog public relations niveau op gang gebracht door projectontwikkelaars, watervilla bedenkers en grote betonbouwers. Die doen allerlei onbezonnen voorstellen die ze denken nodig te hebben voor hun doel van serie bouw. De VNG 95 model verordening is wat dat betreft beleidsneutraal, men kan er 1 woonschepenligplaats of 20.000 mee regelen.

Als uw gemeente zich niet bedient van de VNG systematiek, in het bijzonder geen regelgeving zoals in art 8 van de VNG verordening inzake de overdraagbaarheid in haar regelgeving heeft opgenomen of wil opnemen dan deugt ze niet in Woonbotenwater.
Dat vindt de LWO, en ook de VNG en de wetgever. Staatssecretaris Tommel meldde de Tweede Kamer 7):

"Ik heb begrepen dat gemeentes bij herziening of invoering van een verordening met betrekking tot woonschepen van deze model verordening gebruik maken. Gelet op het bovenstaande ben ik van mening dat er geen noodzaak is tot nadere regelgeving op het gebied van woonschepen en ligplaatsen."

Tijd voor een consequente doorvoering van de VNG modelverordening of alsnog landelijke wetgeving.

1- TK 1996/97, 25 333, nr 6 , pag 22
2- Heruitgave LWO 2003.
3- 21-06-1991, Stb 1991, 395. TK 21 437,1989/90 pag 6
4- RvS. 23-02-1993, ARB 1993/509 (ligplaats Amsterdam)
5- RB Amsterdam, 20-10-2000, AWB 00/4247 en 4250 GEMWT
6- TK 1996/97, 25 333 nr 6, pag 22
7- TK 1996/97, 25333, nr 6, pag 23


Politiek - <1>-<2>-<3>

Terug gaan terug    


Zoeken in website
nieuws
Reactie op de nota "Een lust, geen last", Visie Modernisering van de Monumentenzorg"
<<
meer lezen>>


Rode diesel en varende woonschepen
Per 1 juli 2008 is er geen onduidelijkheid meer over het varen met rode diesel
<<meer lezen>>
Waterwoning
De wonderbaarlijke overgang van woonschip naar waterwoning
<<
meer lezen>>
Riool, wat moet en mag
<<
meer lezen>>
Reactie RWS ligplaatsenplan
Inspraak reactie van de LWO op het "Ontwerp ligplaatsenplan Rijks Water Staat(RWS)
<<
meer lezen>>


LWO commentaar
op Subsidieregeling Riolering Woonboten van Amstel Gooi en Vecht (AGV).
<<meer lezen>>



links
- Woonbotenland
- Woonboot magazine
- SUWO Utrecht
- ABC Amsterdam
- SBA Amsterdam
- BHS Haarlem
- VWZ Amsterdam
- BBA Amsterdam
- HWKV Den Haag
- LVBH
- FONV
- Meer links

specials

Laroy Amsterdams woonschepenbeleid
Laroy Amsterdams woonschepenbeleid....(meer)


 

Start  Lid-worden  Publicaties  Sitemap   De LWO   Links  Contact