|
Beschermde stadsgezichten (3) - Neem nou de Binnen-Amstel
Woonboot magazine (3) 2007
Tekst & Foto's: Frank Bos

Kaart gebied uit 1724 |
|
Nederland kent vele honderden beschermde stads- en dorpsgezichten. Over de
historische rol van het water, de scheepsvaart en de gebruikte schepen is in die
plannen weinig te vinden. Hoe kan een gemeente het stadsgezicht versterken met
bijvoorbeeld woonschepen. Neem nou de Binnen-Amstel in Amsterdam.
Ooit was het nodig om een dam in de rivier de Amstel te bouwen. Op een terp
woonden al wat mensen aan de monding, maar die kregen toenemend last van natte
voeten. Door de dijken en dammen kwam er meer veilig woongebied beschikbaar. De
paar woningen op de terp groeiden uit tot een nederzetting bij de dam. Er
ontstond een klein dorpje met de naam Amestelledamme. Het kleine dorpje werd op
den duur erg groot en de naam werd verbasterd tot Amsterdam. De inwoners
verdienden veel geld in de scheepvaart en goede verbindingen naar zee, naar het
binnenland en naar België en Duitsland werden van groot belang. Die dam in de
Amstel was dan wel een voorwaarde voor droge voeten, maar ook een behoorlijke
hindernis.

De Keulse waag uit 1824 voor het besjeshuis. Hier werden alle
goederen gewogen die naar Duitsland gingen. |
|
Moeras
Twee duizend jaar terug was het grootste deel van Noord- en Zuid-Holland
overdekt met een dikke laag veenmoeras, ruim vier meter boven zeeniveau. Het
IJsselmeer was eens stuk kleiner en het IJ was net als de Amstel een klein
veenriviertje dat het Amstelveen afwaterde. Voor de lokale bevolking in de
duinen en de Romeinen oninteressant gebied. De Romeinen bleven bij het huidige
Velzen, totdat ze er rond het jaar 50 uitgegooid werden. De locale bevolking
trok in een drogere periode rond 800 de moerassen in. Om het gebied bewoonbaar
en voor landbouw bruikbaar te maken moest het worden ontwaterd. Dat gebeurde op
grote schaal met een bodemdaling van een meter per eeuw tot gevolg. Daardoor
gingen sommige veenriviertjes een andere kant op stromen en werd de zee een
gevaar. Enkele grote stormen rond 1200 sloegen enorme gaten in het veen en het
IJ ontstond als grote zeearm. De bodemdaling en de zee hadden een vernietigende
kracht. Bovendien ging de rivier de Rijn zijn water ook via deze streken
afvoeren. In plaats van een lokaal veenriviertje werd de Amstel, net als de
Vecht, een tak van de delta van de Rijn. Zonder waterbeheersingmaatregelen en
dijken lukte het niet meer. Er kwam onder andere een enorm lange dijk vanaf
Muiderberg via de zuidoever van het IJ naar de duinen bij Velzen. Daardoor
werden heel wat riviertjes afgedamd, waaronder de Amstel. Die moesten voortaan
via sluisjes en duikers hun water kwijt.

Een Dorstensche aak of schip rond 1870 bij de Hoge sluis, bij de
ingang van de Amstel in de stad. Met maximaal 650 ton, meestal minder
groot, een geduchte concurrent van de Samoreus in de Rijnvaart. |
|
Waterwegen
Door overal dijken en sluizen te maken bleven onze voorvaderlijke voeten
redelijk droog. De dam in de Amstel is waarschijnlijk rond 1275 gelegd. Er
ontstond door al die maatregelen veel bevaarbaar water. Ze hadden een
belangrijke beperking, door sluizen kon wel water maar geen schip. Vervoer over
water betekende veel overladen in schepen die aan de andere kant van de dijk
lagen, of je schip over de dijk trekken. De uitvinding van de schutsluis was dan
ook een grote verbetering voor het scheepvaartverkeer. Sindsdien is er een
wedloop tussen de waterbeheerders en de schepenbouwers met hun opdrachtgevers.
Grotere schepen vereisen grotere sluizen en breder vaarwater en dat kost veel
geld. Er is dan ook veel geld geďnvesteerd en politieke druk gebruikt om de
verbindingen van Amsterdam met het achterland te verbeteren.


Een Samoreus of ook wel Keulenaar uit 1830. Het waren de grootste
binnenschepen van hun tijd. De industriële revolutie maakte een eind aan
een scheepstype dat zo’n 350 jaar heeft gediend. |
|
In de stad
Het dorpje groeide uit tot een flinke stad die rond 1670 het huidige beschermde
stadsgezicht besloeg. De Amstel stroomde midden door de stad naar de Dam en
vandaar – door een sluisje - in het IJ. Aan de beide zijden van de Dam
ontstonden haventjes. In de loop van de tijd kregen delen van de rivier een
andere naam. Vanaf het IJ naar de Dam werd het Damrak. Vanaf de Dam naar de
stadsmuur van 1425, de Munttoren werd het Rokin. En vanaf daar naar de rond 1673
aangelegde Amstelsluizen of tot aan de Singelgracht werd de rivier ook wel de
Binnen-Amstel genoemd. In dit artikel gaat het om dat laatste gedeelte.

Een ark als vertrekpunt van een vervoersmaatschappij aan het begin
van de Binnen-Amstel bij de Munt rond 1880 |
|
Hermitage
De Binnen-Amstel werd intensief gebruikt. Er waren industrieën en
bierbrouwerijen gevestigd. Er werden jaarmarkten gehouden en markten voor
granen, peulvruchten, hooi, stro en zand. Eeuwenlang werden er ook de
Amsterdamse doodskisten gemaakt en verkocht. Tientallen vervoer- en
beurtvaartmaatschappijen hadden er hun aanlegpunten. In de loop van de eeuwen
veranderde er veel. Zo werden rond 1690 de schepen die hooi en stro aanvoerden
verplicht voor het Oude Vrouwenhuis van de Hervormde Diaconie af te meren. Ze
mochten er maximaal vier weken blijven en moesten hun liggeld aan deze
instelling afdragen. In 1824 moesten de hooi- en stroschepen voor het besjeshuis
plaatsmaken voor de Keulse waag. Aan die waag werden alle waren gewogen die naar
Keulen of de andere plaatsen aan de Rijn werden verscheept. Op dat gewicht werd
belasting betaald. Door verbeteringen aan de Weespertrekvaart in 1823 konden
voortaan de grootste binnenvaartschepen via deze route naar Duitsland varen. De
Rijnvaart verplaatste zich dan ook van het Oosterdok naar de Binnen-Amstel.
Eeuwenlang keken de oude vrouwen uit op schepen, tot ze in 2007 vertrokken en
het gebouw de Hermitage ging heten en museum werd.

Een hooischip zoals ze eeuwenlang in de stad lagen. Na een maand
moesten ze vertrekken, al dan niet leeg verkocht en kreeg een concurrent
de plek. Toen de Keulse waag werd gebouwd verhuisden de hooi- en
stroschepen meer naar de stadskant en de inmiddels gedempte
Leprozengracht. Ze moesten ter compensatie nog wel hun liggeld blijven
betalen aan het Oude Vrouwenhuis van de Hervormde Diaconie. |
|
Antwerpen
Niet alleen de Weespertrekvaart kreeg een grote opknapbeurt, ook de Amstel
richting Gouda en Rotterdam werd door koning Willem I aangepakt. In 1824 zijn de
sluizen aangepast aan de grootste binnenschepen van die tijd. De sluismaten
werden daar ook 52 meter lang en 8,15 meter breed. De grootste
binnenvaartschepen zijn in 1830 ongeveer 42,50 meter lang en 6,80 meter breed.
Aan de Binnen-Amstel kwamen ook maatschappijen die stoomboten gebruikten. Een
vervoersmiddel dat in 1840 vrijstelling kreeg van heel veel beperkende regels
die tot 1880 wel voor de beurtvaart en zeilschepen bleven gelden. Een mooi
voorbeeld is de Leidsche maatschappij De Volharding die met stoomboten voor
passagiers, goederen en vee naar de Binnen-Amstel voer. De Jan van Arkel is
daarvan nog een roemrijk restant. (Zie Woonboot magazine december 2003 en de
website van de LWO). Maar ook onze zuiderburen werden bediend. Rederij De Vries
opende bijvoorbeeld de Stoomvaart Maatschappij Amsterdam - Middelburg -
Vlissingen. Van Swieten startte in 1874 vanaf Amstel 274 een dienst op Antwerpen
en Brussel. Voor dat vaargebied waren in die tijd nog ‘zeeboten’ nodig,
stoomboten die forser waren dan de ‘binnenboten’ voor de kanaalvaart.

De Jan van Arkel in vroeger dagen, een bewoonde ark voor een
beurtvaartbedrijf |
|
Als we nu eens….
Als we nu eens op het water, net als op de wal, het historische karakter van de
Binnen-Amstel versterken. We gaan bij de herinrichting uit van schepen, heel
veel schepen, want die liggen er al honderden jaren. Wat ontbreekt in het
huidige woonschepenbestand zijn de grotere zee- en Rijnschepen. Bij vervanging
zou hier gericht beleid op kunnen worden gemaakt.
Het gerucht gaat dat de directie van de Hermitage woonschepen uitkoopt en de
ligplaatsen wil leeg maken voor aanlegplaatsen voor rondvaartboten. Voor zo’n
opstapplek zouden ze dan bij voorbeeld de Keulse waag kunnen herbouwen. De
tekeningen liggen nog in het gemeentearchief. Staan de gasten nog overdekt ook.
Ook kunnen we een woonschip ‘vermommen’ als hooischip of de tjalk en vlotten van
Victor de Bulgaar weer voorzien van stro, het materiaal dat tenslotte eeuwenlang
is verkocht in die omgeving.

De Amstel IX, een fors schip dat op Antwerpen voer. Samen met nog
zeventien andere schepen met een Amstelnummer voer Van Swieten tot 1941
vanaf de Binnen-Amstel. Daarna verhuisde de rederij naar het Oosterdok. |
|
| |
Het eerste deel van deze reeks verscheen
in het februarinummer van 2007 van Woonboot magazine. Daarin staat
beschreven wat beschermde stadsgezichten zijn en wordt Het singel, een
Amsterdamse stadsgracht, behandeld. Het tweede deel gaat over het
Oosterdok, een deel van de zeehaven in Amsterdam en staat in Woonboot
magazine van april 2007. Beide artikelen staan met achtergrond
informatie over welstandsbeleid ook op de website:
www.lwoorg.nl
|
|
Welstand - <1>-<2>-<3>-<4>-<5>-<6>-<7>
|