|
Oudste woonschepen in Nederland (3)
Woonboot magazine (4) 2007
Tekst & Foto's: Frank Bos
Op de oudst bekende afbeelding van een woonschip in Nederland staan er
meteen twee. Ze zijn getekend rond 1650 in Amsterdam. Er is weinig over die
eerste bewoners bekend. Ze lijken te wonen op omgebouwde vrachtschepen.
 |
De oudste afbeelding in Nederland van woonschepen. Op het linker
schip spoelt een vrouw de was in het buitenwater. De hoge romp is
daarvoor aangepast met een grote opening en een deur met een overstekend
luifeltje. Boven het luifeltje is de romp opgehoogd en een opbouw
aangebracht. Op het dak wordt de was uitgelegd door een vrouw met een
kind. Op het achter- en voordek zijn relingen gemaakt. Er staan potten
met planten op het achterdek.Het rechter schip is groter maar van
hetzelfde aaktype. Onder het schuine dak en het voordek zijn ronde
stammetjes te zien. Vermoedelijk zijn dat de spanten van het dak en het
dek die later zijn aangebracht op een oudere scheepsromp. Mannen lopen
met een stok en een tros te werken.Beide schepen hebben een hoge romp
voor hun lengte en lijken al langer in gebruik. |
| |
|
Her en der vind je in oude teksten aanwijzingen dat er indertijd permanent op
schepen gewoond werd. Bij de Chinezen gaat dat veel verder terug dan in onze
buurt. Rond 1650 zijn er hier voor het eerst meerdere schriftelijke bronnen en
��n afbeelding die woonschepen duidelijk op de kaart zetten. Het gaat om
handelaren in potten en glas uit de buurt van Keulen die zich met vrouw en
kinderen permanent op hun schepen vestigden in Amsterdam.
 |
Voorbeelden van gresaardewerk dat zo gewild was in Amsterdam. |
| |
|
Gres
Het middeleeuwse Amsterdam had enkele pottenbakkerijen. Daar werden bekers,
potten en pannen van aardewerk gebakken voor locaal gebruik. Die
pottenbakkerijen lagen wegens brandgevaar buiten de stadswal. Het aardewerk was
van matige kwaliteit en niet goed waterdicht. Dat lag aan de klei, de
baktechnieken en het glazuur. Die kwalen golden voor vrijwel alle Nederlands
aardewerk. In de streek rond Aken, Keulen en Siegburg maakten ze rond 1450 beter
aardewerk dat minder kwetsbaar en wel waterdicht was. Dat lag aan een andere
soort klei en ovens die heter stookten. Er ontstond een uitgebreide
aardewerkindustrie gericht op de export. Het was luxer afgewerkt en stond ook
wel bekend onder de naam gresaardewerk. Amsterdam werd een belangrijke afnemer
van dit luxere aardewerk.
 |
Een Keulse Bovenlander, zoals ze nog rond 1600 voorkwamen. Anton
van Woensum, 1531 |
| |
|
Vluchtelingen
Nederland vocht van 1568 tot 1648 voor zijn onafhankelijkheid. Rond die tijd
werd er ook zwaar geknokt bij onze oosterburen. Niet alleen tegen dezelfde
Spaanse vijand maar ook om godsdienstvrijheid. Rond 1600 zijn er veel
vluchtelingen uit de buurt van Keulen in Amsterdam. Die vluchtelingen merken
dat: "met den handel in Sigburgse kannen en Heylbronse glasen, door desen Oorlog
t' eenemaal vervallen, wel wat weder te doen zoude vallen". Ze gingen in een wat
rustiger fase van de oorlog terug en haalden schepen vol met handel. Vanaf 1610
begint de overheid beperkende maatregelen te nemen tegen deze import en het
permanent blijven liggen, inrichten voor en bewonen van deze buitenlandse
schepen. De verkoop wordt beperkt tot de markt bij de Sint Antonispoort buiten
de stadsmuren. Dat is op de huidige Nieuwmarkt bij de Waag. De schepen moeten
buiten de marktdagen op andere plekken gaan liggen.
 |
Het oudst bekende wasschip. Vanaf de Romeinse tijd werden
dergelijke rompen gebruikt bij de scheepvaart op de Rijn, ook naar
Nederland. Anton van Woensum, 1531 |
| |
|
Immigranten
De verkoop van glazen en kannen en het bewonen van schepen blijft de aandacht
van het stadsbestuur houden. Ook in 1649, 1652, 1673 en 1682 wordt er getracht
met besluiten te sturen. Maar de stad heeft belangrijkere problemen. Tussen 1600
en 1680 groeit het inwonertal van 50.000 tot 200.000 mensen. In diezelfde tijd
blijkt 20% van de Amsterdamse trouwlustigen uit Duitsland te komen. In Keulen
wordt rond 1648 ook over woonschepen geschreven.
In 1671 schrijft de Amsterdamse burgemeester Witsen over: "maeckzels, die van de
Rijn komen, hoog, grof en onbelompen werk. Hier woonen geheele huisgezinnen."
Hij noemt ze overlanders. Zeeman heeft ze getekend.
 |
Een casco dat erg lijkt op de romp van de twee Amsterdamse
woonschepen. De hogere ronde opbouw lijkt voor en achter open. Anton van
Woensum, 1531 |
| |
|
Zeeman
Reinier Nooms, ook wel de Zeeman genoemd, reisde veel en verdiende de kost onder
andere door te etsen en schilderen. Een deel van zijn etsen verscheen gebundeld
in de serie 'Versche�de Schepen en Gesichten van Amsterdam'. Wanneer de
afbeeldingen gemaakt zijn is niet duidelijk. Nooms werd geboren in 1623 en
stierf ergens tussen 1662 en 1668. Over zijn leven is heel weinig bekend.
Reinier tekende schepen met verstand van zaken. Zo is ��n van de afbeeldingen
een Water-Schu�t. Dergelijke schepen werden nog gebruikt in de tijd dat de
fotografie ontstond. De etsen van Reinier kloppen tot in detail met de foto's
van 230 jaar later. Het is dus zeer aannemelijk dat de twee woonschepen die
Reinier tekende er echt zo uitzagen.
 |
Drie schepen op een rij. Vooraan een aakvariant met een knik in
de kop en daarachter twee casco's met rompvormen zoals bij de twee in
Amsterdam. Dezelfde modellen blijken verschillende lengtes te hebben.
Anton van Woensum, 1531 |
| |
|
Scheepstype Overlanders
Overlanders stonden ook bekend als Bovenlanders: van boven komende, dat wil
zeggen van de Rijn stroomopwaarts. En daar ontstaat een taalkundig probleem.
Vanuit Amsterdam geredeneerd komt alles dat de Rijn afkomt 'van boven'. Vanuit
Keulen gekeken komt alles stroomopwaarts van de Rijn 'van boven' en heet 'Oberl�nder'
(Bovenlander) en alles wat stroomafwaarts vaart, heet 'Niederl�nder'
(Nederlander). Keulen koppelt dat eeuwenlang zelfs aan welomschreven
scheepstypes en twee aparte schippersgildes.
De stad heeft een stapeldwang die bepaalt dat alle goederen op de Rijn in Keulen
moeten worden uitgeladen en drie dagen aan de burgers van de stad moeten worden
aangeboden. Alle Siegburgse aardewerk met bestemming Amsterdam heeft dus eerst
te koop gelegen in Keulen. Pas nadat aan die verplichting was voldaan, kon de
handel weer worden ingeladen en doorgevoerd. Die stapeldwang was ook gekoppeld
aan scheepstypes. Omdat toch alles moest worden overgeladen had je een
onderscheid tussen schepen. Schepen die stroomopwaarts van Keulen de Rijn
bevoeren hadden een aangepast ander model dan schepen, die geschikt waren voor
stroomafwaarts. Een Bovenlander werd niet geacht door te varen naar Amsterdam.
Wat in Keulen een Bovenlander heette, lijkt ook volstrekt niet op de tekening
van Zeeman, die blijkbaar de Amsterdamse indeling aanhoudt.
 |
Een Keulse aak, zoals hij er volgens velen hoort uit te zien.
Anton van Woensum, 1531 |
| |
|
Keulse aak?
De literatuur geeft over de scheepstypen op de Rijn van rond 1600 tot 1650 erg
tegenstrijdige informatie. Ook de Duitse scheepvaartmusea hebben daarover heel
verschillende idee�n. Van Keulen zijn veel stadsgezichten bewaard gebleven
waarbij de haven uitgebreid is weergegeven. De twee in Amsterdam getekende
woonschepen komen er zo niet op voor. Van de vele verschillende afgebeelde
scheepsrompen passen er wel enkele. Maar de dekindeling en opbouw verschillen.
Wel zijn er schepen te zien met half gebogen en puntige dakvormen. De
Amsterdamse woonschepen zijn een eigen creatie van verbouwde vrachtschepen. De
rompvormen lijken het meest op ��n van de vele variaties Keulse aken.
 |
350 jaar later worden oude vrachtschepen op dezelfde manier
aangepast als woonschip. Openingen in de zijkanten, relingen en
bloemetjes op dak. |
 |
Aakmodel uit het Historisch museum van Bamberg. De luikenkap
liep voor een deel met een schuine hoek en voor een deel rond tot op de
scheepsromp. De roef had weer rechte wanden, alles op ��n schip. |
Begin Bronnen:
Deutsches Schifffahrtmuseum Bremenhaven, Museum der Deutschen Binnenschifffahrt
Duisburg-Ruhrort, Rhein-Museum Koblenz e.V., Schifffahrtsmuseum Spitz a.d Donau,
Schifffahrts- und Schiffbaumuseum W�rth am Main, K�lnisches Stadtmuseum,
Historisches museum Bamberg, Keramikmusea Frechen en T�pfereimuseum Raeren.
Ets Gezicht op Keulen, Anton van Woensum 1531
B�cking, W, Die Geschichte der Rheinschifffahrt, 1980
B�cking, W, Von K�ln zum Meer, Schifffahrt auf den Niederrhein, 2003
Daalder, R, red. Schepen van de Gouden Eeuw, 2005
Gebauer, J, e.a., Marine enzyklop�die, 2003
Greup, G, De Rijnverbinding van Amsterdam en haar geschiedenis, 1952
Haalmeijer, H, e.a., Aken, Tjalken en Kraken, 2006
Kistenmaker, e.a. Amsterdam marktstad, 1984
Kleyn, J, de, Volksaardewerk in Nederland, 1986
Ley, A, Museum der Deutschen Binnenschifffahrt Duisburg-Ruhrort,
F�hrer durch die Ausstellung, 2000
Mariners' Museum, World's Watercraft, from aak to zumbra, 2000
Mennicken, R, Materialen zur Raerener T�pferei, 2002
Mosler, B, K�ln von seiner sch�nsten Seite, deel 2, 2005
Nooms, R, Versche�de Schepen en Gesichten van Amsterdam, 1970
Noordkerk, Handvesten, enz. van Amsterdam, deel 1 tot 5, 1748/1755/1778
Nusteling, H, Welvaart en werkgelegenheid in Amsterdam 1540 - 1860, 1985
Reinhardt, L, Das Mainufer am Fahrtor 1757, 2002
Sch�fke, W, Wenzel Hollar - Die K�lner Jahre, 1632 - 1636
Sievers, A, K�ln von seiner sch�nsten Seite, deel 1, 1997
Sopers, P, Schepen die verdwijnen, 1974
Van Yk, De Nederlandsche Scheeps- Bouw - Konst open gestelt, 1697
Witsen, N, Architectura navalis et regimen nauticum
Welstand - <1>-<2>-<3>-<4>-<5>-<6>-<7>
|