Aan de leden van de Tweede Kamer,
Onderwerp: gevolgen opheffen rode diesel

Amsterdam, 26 mei 2012

Geachte leden,
In het lenteakkoord is overeengekomen om de laagbelaste zogenaamde 'rode diesel' op te heffen. Dat heeft ook gevolgen voor een relatief kleine groep gebruikers die u waarschijnlijk over het hoofd hebt gezien.
Nu mogen zogenaamde "varende monumenten" en woonschepen deze voordeligere brandstof gebruiken. Er is daarvoor een aparte belastingregelgeving in het leven geroepen om de gevolgen van andere wet- en regelgeving op te vangen. Woonschepen mogen rode diesel gebruiken om te verwarmen en naar de werf te varen. Varende monumenten mogen het voor verwarming en voor varen, naar welke plek dan ook, gebruiken.

Voor verwarming gaat het al gauw om enkele duizenden liters per jaar. Het verschil tussen rode en witte diesel is nu ongeveer 40 eurocent. U begrijpt dat de woonlasten door het opheffen van de categorie rode diesel enorm stijgen. Dat komt nog bovenop andere lastenverzwarende maatregelen die u voor alle Nederlanders voorbereidt.

Hetzelfde geldt voor varende monumenten. De Nederlandse wet en regelgeving erkent geen roerend erfgoed in monumentenregelingen zoals op de wal. Mogen varen met rode diesel is de enige oncrete maatregel en financiële bijdrage aan ons maritiem erfgoed. Varende monumenten leveren hun bijdrage veelal bij maritieme evenementen, denk aan Sail Amsterdam en Delfzijl maar ook minder grote bijeenkomsten door het hele land. Presentatie van het erfgoed betekent lange afstanden varen en veel verbruik van diesel.

 

We willen graag dat u bij verdere maatregelen bovenstaande betrekt en de woon- en vaarlasten niet extra verhoogt.

Met vriendelijke groet, namens

De Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig
De Landelijke Woonboten Organisatie,

Voor deze,
Frank Bos voorzitter LWO