De Landelijke Woonboten Organisatie (LWO) is een belangenvereniging van woonbootbewoners die tot doel heeft wonen op het water mogelijk, aantrekkelijk en betaalbaar te houden. Wonen op het water is een erkende woonvorm, maar die beleidsopvatting beperkt zich helaas voornamelijk tot het papier. In werkelijkheid worden woonbootbewoners nog steeds geconfronteerd met uitsterfbeleid, opheffing van ligplaatsen, beperkende verordeningen en extreme verhogingen van liggelden. Nieuwe landelijke wetgeving en aanpassing van lokale regelgeving kan hierin verbetering brengen.

Dat gaat niet vanzelf. Dat doet de LWO samen met haar leden. Wordt lid en steun de LWO. U kunt zich hier aanmelden.

De LWO tracht haar doelstellingen op verschillende manieren te bereiken.

Belangenbehartiging

Belangenbehartiging is de kerntaak van de LWO. Het LWO bestuur behartigt de bovenlokale belangen. De behartiging van de lokale belangen ligt bij de lokale organisaties met (desgewenst) ondersteuning van de LWO. Op beide fronten wordt ondersteuning geboden door deskundige leden en professionals.

Informatie en communicatie

De LWO maakt informatie over wonen op het water toegankelijk. Er is veel informatie over waterwonen binnen de LWO, maar ook bij de overheid, zusterorganisaties als de FVEN, vakbladen en commerciële partijen als juristen, makelaars, adviseurs. Daarbij wordt regelgeving lokaal op verschillende manieren geïnterpreteerd en gecombineerd. De LWO brengt deze informatie samen op haar website. De communicatie binnen de organisatie en tussen de LWO en haar omgeving zorgt voor een stevig netwerk dat beschikbaar is als het nodig is.

Ondersteuning

Leden kunnen rekenen op deskundige ondersteuning door de LWO als er problemen zijn met hun ligplaats of woonboot. De ondersteuning vindt plaats door het bestuur, deskundige leden en professionals. Op de ledenpagina is informatie beschikbaar en ondersteunen leden elkaar door het uitwisselen van ervaringen. De leden blijven wel zelf verantwoordelijk voor het organiseren van voldoende bijstand, bijvoorbeeld voor het inschakelen van hun rechtsbijstandverzekering.

Beeldvorming

Waterwonen is een waardevolle woonvorm met toekomst, maar woonboten worden nogal eens als een probleem ervaren. De LWO stimuleert een positieve beeldvorming door vernieuwende en succesvolle projecten onder de aandacht te brengen. Het is belangrijk dat stakeholders de kwaliteiten van waterwonen zien. De positieve beeldvorming is ook een inspiratiebron voor vernieuwende lokale initiatieven.

Forum en Blogs

Voor de leden van de LWO is de ledenpagina beschikbaar met een forum, vraag&aanbod, blogs en archief. Op het forum delen de leden hun kennis en ervaring. In de blogs delen leden hun eigen verhaal en lokale organisaties hun ervaringen in hun gemeente. Zo wordt de kennis van leden verzameld en ontstaat een overzicht van ontwikkelingen in Nederland. Het forum en de blogs zorgen er ook voor dat er een netwerk ontstaat tussen de woonbootbewoners in Nederland.

LWO bestuur

Max Noordhoek – Voorzitter

Ruim vijfentwintig jaar geleden kocht ik mijn eerste woonboot. Een tot ‘schark’ omgebouwd vrachtscheepje. Na enkele jaren werd deze vervangen door een woonark met betonnen casco. Deze voldoet nog steeds prima.
In de begintijd was er weinig geregeld, zoals op veel meer plaatsen het geval was. Gedoogde ligplaats, nog geen riolering, vaag geregeld schuurtje aan de wal. Inmiddels is er riolering aangelegd, zijn de acht woonboten die hier liggen opgenomen in het bestemmingsplan en zijn er goede afspraken gemaakt met de eigenaar van het water, het waterschap. Af en toe wat duwen en trekken, maar over het geheel genomen is dit alles in goed overleg verlopen.

De afgelopen twee raadsperiodes ben ik gemeenteraadslid geweest. In deze ruim acht jaar heb ik het lokale bestuur ook van de andere kant leren kennen.

Ik hoop de bovenstaande ervaring te kunnen gebruiken voor mijn bestuurslidmaatschap. De laatste paar jaar is er binnen de LWO veel aandacht geweest voor zaken binnen de vereniging. Het is tijd alle aandacht weer te richten op de wereld om ons heen. Die wereld is aan het veranderen. Er is een verschuiving naar andere, meer luxe vormen van wonen op het water. Wat betekent dit voor onze belangenbehartiging en de bestuurssamenstelling? Gaan woonboten wel of niet vallen onder het begrip ‘bouwwerk’, en zo ja, wat heeft dit voor gevolgen voor onze sector? Leidt de centralisatie van wet- en regelgeving tot gelijkvormigheid en minder problemen op plaatselijk niveau of juist tot veel verschillen in interpretatie en toepassing? Wat betekent dit voor de verhouding tussen landelijke en plaatselijke belangenbehartiging en daarmee voor de relatie met de leden?

Het bestuur bestaat uit vijf leden met een verschillende achtergrond. We rekenen op de steun van de leden en op de inbreng van de deskundigheid die bij veel leden aanwezig is.

Liesbeth Koning – Secretaris

Als je iets regelt, doe het dan goed

Net een paar maanden waterbewoner in Rotterdam en meteen ingelijfd worden door de plaatselijke woonbootvereniging ZOAB, omdat de gemeente de woonschepenverordening wilde wijzigen en de klankbordgroep nog wel wat leden kon gebruiken. Dat was nog eens een warm welkom toen ik in 2000 weer in Rotterdam kwam wonen. Onder het motto ‘als je iets regelt, doe het dan goed’ moest krachtig weerwoord worden geboden aan het ambtelijk apparaat dat alle eisen van de bouwverordening van toepassing wilde verklaren op een woonschip. Kan niet, mag niet volgens de wetgever. Enfin, de Rotterdamse gemeenteraad liet zich overtuigen door ZOAB en er kwam een redelijke woonschepenverordening.

In Rotterdam bleef het relatief rustig en wie niet verder keek dan zijn eigen omloop, kon in het begin van dit millennium denken dat de juridische stormpjes hier en daar in het land wel zouden overwaaien. De rechter ging echter steeds vaker en scherper mee in de redenering dat een woonschip een bouwwerk is en dus moet voldoen aan de bouweisen voor een huis op de wal.

Het kleine beetje rechtsbescherming dat de woonschipbewoner/eigenaar nog restte dankzij de toelichting in het Bouwbesluit –dit besluit is niet van toepassing op woonschepen en woonarken- werd vorig jaar april met een nonchalante pennenstreek doorgekrast door de rechter. De rechter vindt dat alle woonschepen bouwwerken zijn. Het gevolg: als een woonschip geen bouwvergunning heeft, is dit een illegaal bouwwerk en in de meeste gevallen ook nog illegaal aanwezig volgens het bestemmingsplan. Ondanks pleidooien van de LWO en advocaten om die uitsluitingsregel in de wet op te nemen (zo kan je namelijk die rechterlijke uitspraak óók lezen) vanwege de onmogelijkheid aan het bouwregels te voldoen, is de wetgever druk doende allerlei wetten zo aan te passen.

Duidelijk is dat we nu in ieder geval niet meer met de handen in de zakken kunnen toekijken hoe en wat de wetgever gaat repareren, want er kan van alles misgaan.

Kunnen er bouwregels worden gemaakt die de veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van woonboten waarborgen? Misschien wel, maar dan wel met respect voor alle variëteiten van drijvend wonen. En er moet een fatsoenlijke rechtsbescherming komen door wettelijk te regelen dat ligplaatsen in het bestemmingsplan worden benoemd als ‘wonen’. Een derde te regelen kwestie is de wettelijke huurbescherming voor de ligplaats, analoog aan huurbescherming voor wonen op de wal. Deze drie maatregelen vormen de schil die ons eigen nestje beschermt en die recht doet aan het standpunt dat wonen op het water een volwaardige woonvorm is.

We moeten ons laten horen om gezien te worden en ons laten zien om gehoord te worden. Daarom zet ik mij in voor de LWO en hoop ik mijn steentje te kunnen bijdragen aan de totstandkoming van goede wetgeving voor de waterbewoners.

Gery Zeilstra – Penningmeester

“Een houtworm uit het Nieuwe Meer
vreet sinds kort geen eiken meer.
Sedert de grote manifestatie,
Is ijzer voor hem een traktatie.
Gemeentes, zich bewust van zijn importantie
inviteren hem vaak voor een vakantie.
Ze denken, hiermee is het scheepsbestand
wel heel snel geruisloos van de kant.
Daarna scholen we hem om voor beton,
Dan verdwijnen ook die casco’s als sneeuw voor de zon.”

Bovenstaande limmerik hebben we ooit geplaatst in ons blad “Oeverloos”, het eerste krantje dat we uitbrachten nadat de Belangengroep Haarlemse Scheepsbewoners (BHS) was opgericht op 29 maart 1979. De limmerik is geschreven door onze vriend Ed die eigenaar was van de Zeehond, een schip dat toen in Haarlem lag, later is verplaatst naar Amsterdam en nu de Barco heet.
Met “de grote manifestatie” wordt één van de eerste grote manifestaties voor woonschepen bedoeld die door de LWO was georganiseerd op 16 en 17 juni 1979 in de Nieuwe Meer te Amsterdam.

Sinds de oprichting van de BHS ben ik actief in het Haarlemse. Er is een kerngroep die bestaat uit 5 personen en op elke locatie hebben we een contactpersoon, waarmee we ca. 2 x per jaar een overleg hebben. Inmiddels hebben wij in Haarlem veel bereikt, door middel van continu overleg, inspreken, vergaderingen, gesprekken met wethouders, enz. enz. enz.
Wat we bereikt hebben: legalisatie, intekenen van alle woonschepen in bestemmingsplannen, woonschepenverordening, beschoeiing enz.

Toen het wat “rustiger” werd in de Haarlemse Wateren heb ik me geconcentreerd op het landelijke, de LWO. Sinds een aantal jaren doe ik de penningen en hou de financiën, samen met de boekhouder, in de gaten.
Wat ik wil bereiken met de LWO is dat we in het land alle neuzen één kant op krijgen ten aanzien van het wonen op het water.

Bouke Veltman

Een goede gewoonte is om je als aspirant bestuurslid voor te stellen, zodat u een idee heeft wat u ongeveer mag verwachten als u mij in het LWO bestuur kiest.

Ik ben Bouke Veltman ondertussen 55 jaar oud en sinds 1979 waterbewoner. Mijn belangstelling voor het water is zeilend begonnen in open bootjes, daarin ook zeilinstructeur geworden en daarna werden de bootjes schepen. Via wat ” gezet” schipper op charterschepen eind jaren 70, kocht ik in 1979 een flinke klipper om te gaan tuigen en mee te gaan charteren. Maar dat plan is in 1981 al om diverse redenen gesneuveld en het is toen de beroepsmatige vrachtvaart met eigen schepen geworden t/m 2004. De klipper is in 1984 verkocht en vaart sindsdien wel als charterschip rond. In 1997 leerde ik mijn huidige partner kennen die in het bezit was van een flinke luxe motor. Toen wij in 2004 besloten om wat anders te gaan doen dan de beroepsmatige binnenvaart en ons vrachtschip verkochten hadden wij gelukkig de luxe motor voldoende woonklaar gemaakt naar onze wensen en hadden we een vaste ligplaats in Amsterdam weten te bemachtigen. Ik ben na het stoppen met vrachtvaren een eigen scheepsmakelaardij begonnen met als belangrijkste tak de bemiddeling bij aan- en verkoop van beroepsmatig varende vrachtschepen, daarnaast de bemiddeling van de wat kleinere vrachtschepen naar de woonbotenmarkt. Naast de scheepsmakelaardij klus ik er nog bij als ZZP schipper op diverse schepen.

Mijn bestuurlijke ervaring bestaat uit een bestuurslidmaatschap en een aantal jaren voorzitter van een sociaal economische organisatie in de binnenvaart van 1993 t/m 2013 en ik maak nog steeds deel uit van de denktank van deze organisatie. Van 2008 t/m 2012 ben ik lid geweest van het LWO bestuur, door diverse omstandigheden is dat destijds gestopt, maar wat mij betreft gaat dit in de herkansing, omdat er helaas voor het wonen op het water nog steeds veel werk aan de winkel is. Daarnaast ben ik ondertussen een aantal jaren lid van de werkgroep wet en regelgeving van de Federatie Varend Erfgoed Nederland en incidenteel ben ik actief in de Verenging tot behoud van het Voormalig Bedrijfsvaartuig.

Ik hoop wederom een bestuurlijke bijdrage te kunnen leveren binnen de LWO om het wonen op het water en eventueel het varen met ons soort schepen hanteerbaar en betaalbaar te houden en alle bedreigingen die het waterwonen belemmeren zoveel mogelijk in te dammen.